Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het definitieve besluit van Dienst Toeslagen van 14 februari 2025, waarin haar verzoek om compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2010 werd afgewezen. Dienst Toeslagen heeft dit bezwaar ten onrechte opgevat als een bezwaar tegen het primaire besluit van 16 maart 2022 en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat zou zijn ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van eiseres, die geen gemachtigde heeft en de Nederlandse taal niet machtig is, wel tijdig was ingediend tegen het definitieve besluit. Dienst Toeslagen had dit moeten onderkennen en het bezwaar als ontvankelijk moeten behandelen. De niet-ontvankelijkverklaring is daarom onterecht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 9 september 2025 en draagt Dienst Toeslagen op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet Dienst Toeslagen het griffierecht van €53,- aan eiseres vergoeden. De behandeling ter zitting vond deels in het Engels plaats vanwege de taalbarrière van eiseres.