ECLI:NL:RBMNE:2026:903

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/16/606595 / FV RK 26-334
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:10 WvggzArt. 8:17 lid 1 WvggzArt. 8:17 lid 9 WvggzWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor minderjarige met complexe psychiatrische problematiek

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor een minderjarige betrokkene met complexe psychiatrische problematiek. Betrokkene verblijft bij GGz Centraal en kampt met ASS, ADHD, middelengebruik en een verhoogde psychosegevoeligheid. Hoewel de drugspsychose is opgeklaard, is er sprake van dreigend ernstig nadeel en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen.

De psychiater stelde dat verdere opname in de instelling geen nut heeft vanwege onvoldoende passende zorg en prikkels, maar de rechtbank oordeelde dat voortzetting van de crisismaatregel ook ambulant kan worden uitgevoerd. De rechtbank benadrukte dat verplichte zorg niet langer afhankelijk is van opname en dat tijdelijke onderbreking mogelijk is.

De rechtbank concludeerde dat de crisissituatie ernstig is en dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, insluiting en onderzoek op middelen en gevaarlijke voorwerpen. Het toedienen van vocht en voeding werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op het bevorderen van maatschappelijke deelname en veiligheid. De machtiging geldt tot en met 3 maart 2026 en kan worden uitgevoerd binnen de wettelijke kaders van de Wvggz.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met toepassing van noodzakelijke vormen van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/606595 / FV RK 26-334
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [betrokkene] ,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend bij GGz Centraal, locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat mr. R.G.J. Booij.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- [betrokkene] , bijgestaan door zijn advocaat;
- [A] , psychiater;
  • [B] , de moeder van [betrokkene] ;
  • [C] , de vader van [betrokkene] .

2.Wat vaststaat

[betrokkene] verblijft met een crisismaatregel in [locatie] . De burgemeester van Amersfoort heeft de crisismaatregel op 8 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van [betrokkene] sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, vooral gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De psychiater heeft weliswaar verklaard dat de drugspsychose is opgeklaard, maar daarmee is het
dreigendernstig nadeel niet geweken. Uit de politiemutaties in het dossier volgt immers dat de afgelopen weken herhaaldelijk sprake is geweest van dreigend en zich realiserend ernstig nadeel. Zijn ouders raken uitgeput en de agressie van [betrokkene] heeft zich recent tegen de vader gekeerd. Ook de overige aanwezige psychiatrische aandoeningen zijn onverminderd aanwezig.
4.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. De onafhankelijk psychiater is in de medische verklaring van 8 februari 2026 tot de volgende (voorlopige) diagnose gekomen: ‘
Psychose NAO. Daarbij is betrokkene bekend met ASS, ADHD en middelengebruik. Er is vastgesteld dat betrokkene een verhoogde psychosegevoeligheid heeft.
4.4.
Psychiater [A] heeft, zoals gezegd, tijdens de zitting toegelicht dat de drugspsychose waar [betrokkene] mee binnenkwam inmiddels is opgeklaard. Zij meent dat een verdere opname van [betrokkene] geen nut heeft, omdat de instelling hem niet de noodzakelijke zorg kan bieden. Een verder verblijf in de afzonderingsruimte is niet noodzakelijk en een verblijf op de afdeling geeft [betrokkene] teveel prikkels. Daarom is zij van mening dat de afgifte van een machtiging tot voortzetting crisismaatregel geen zin heeft.
De rechtbank volgt dit standpunt niet. Een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel hoeft namelijk niet per se met een opname binnen een zorginstelling uitgevoerd te worden.
Op grond van artikel 8:17 lid 1 Wvggz Pro heeft de geneesheer-directeur de bevoegdheid om een beslissing te nemen tot
een tijdelijke onderbreking van de verplichte zorgaan betrokkene, voor zover en voor zolang dit verantwoord is. Dat kan op een daartoe strekkende schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van betrokkene, de vertegenwoordiger, de advocaat of de zorgverantwoordelijke, dan wel uit eigen beweging. Zo’n beslissing kan op grond van artikel 8:17 lid 9 Wvggz Pro ook weer worden ingetrokken.
De systematiek van de Wvggz gaat ervan uit dat er binnen de afgegeven (machtiging tot voortzetting van de) crisismaatregel of zorgmachtiging kan worden op- en afgeschaald tussen zorgvormen en tussen verplichte zorg in een accommodatie en ambulante behandeling. Daarbij is verplichte zorg niet langer afhankelijk van een opname en wordt niet meer gesproken van 'verlof', maar van tijdelijke onderbreking van verplichte zorg.
4.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Bij [betrokkene] is sprake van langdurige en complexe problematiek. Naar eigen zeggen gebruikt hij al sinds zijn 12e jaar harddrugs. Er is sprake (geweest) van suïcidaliteit. Door het gebruik van harddrugs, Flakka, ontstaan psychotische denkbeelden, bestaande uit het ervaren van parasieten onder de huid. De rechtbank weet dat dit voor [betrokkene] zeer realistisch aanvoelt. Het maakt dat hij zichzelf wil snijden om zich van de parasieten te ontdoen. Vanwege het gebrek aan ziektebesef en -inzicht, lijkt een zorgmachtiging dan ook een noodzakelijk middel om [betrokkene] in behandeling te houden en hem de noodzakelijke zorg te kunnen bieden.
De psychiater heeft contact gehad met de ambulante behandelaar van [aanbieder] , de aanbieder van jeugdzorg in Amersfoort, die tot nu toe niet bereid was om een zorgmachtiging voor [betrokkene] aan te vragen.
De psychiater heeft de behandelaar er volgens haar zeggen van weten te overtuigen dat dit wel moet gebeuren.
Wanneer de rechtbank het daartoe strekkend verzoek van de officier van justitie uiterlijk op de laatste dag van de lopende machtiging voortzetting crisismaatregel ontvangt, loopt de werking daarvan door tot uiterlijk drie weken na ontvangst van het verzoek of zoveel eerder als de rechtbank daarop beslist (artikel 7:10 aanhef Pro en lid 1 Wvggz). Dat betekent dat de werking van de machtiging voortzetting crisismaatregel tot uiterlijk zes weken na de verlening van die machtiging kan doorlopen.
Mocht zich tijdens deze periode opnieuw een crisissituatie voordoen die een hernieuwde opname van [betrokkene] noodzakelijk maakt, dan hoeft niet opnieuw de procedure van een aanvraag crisismaatregel via de burgemeester gevolgd te worden. Dat is voor [betrokkene] en zijn ouders minder belastend en zal ook meer rust geven wanneer [betrokkene] weer thuis verblijft.
4.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het (dreigend) ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op [betrokkene] ;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat [betrokkene] iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige verzochte vormen van verplichte zorg, te weten ‘het toedienen van vocht en voeding’, zal de rechtbank afwijzen, omdat niet gebleken is dat die nodig zijn.
4.7.
[betrokkene] verzet zich tegen de zorg.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van [betrokkene] aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 maart 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door mr. R.R. Everaars-Katerberg, kinderrechter, in aanwezigheid van E. Berghuis, griffier en op schrift gesteld op 23 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.