Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- [B] , de moeder van [betrokkene] ;
- [C] , de vader van [betrokkene] .
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De beoordeling
De psychiater heeft weliswaar verklaard dat de drugspsychose is opgeklaard, maar daarmee is het
dreigendernstig nadeel niet geweken. Uit de politiemutaties in het dossier volgt immers dat de afgelopen weken herhaaldelijk sprake is geweest van dreigend en zich realiserend ernstig nadeel. Zijn ouders raken uitgeput en de agressie van [betrokkene] heeft zich recent tegen de vader gekeerd. Ook de overige aanwezige psychiatrische aandoeningen zijn onverminderd aanwezig.
Psychose NAO. Daarbij is betrokkene bekend met ASS, ADHD en middelengebruik. Er is vastgesteld dat betrokkene een verhoogde psychosegevoeligheid heeft.’
De rechtbank volgt dit standpunt niet. Een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel hoeft namelijk niet per se met een opname binnen een zorginstelling uitgevoerd te worden.
Op grond van artikel 8:17 lid 1 Wvggz Pro heeft de geneesheer-directeur de bevoegdheid om een beslissing te nemen tot
een tijdelijke onderbreking van de verplichte zorgaan betrokkene, voor zover en voor zolang dit verantwoord is. Dat kan op een daartoe strekkende schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van betrokkene, de vertegenwoordiger, de advocaat of de zorgverantwoordelijke, dan wel uit eigen beweging. Zo’n beslissing kan op grond van artikel 8:17 lid 9 Wvggz Pro ook weer worden ingetrokken.
De systematiek van de Wvggz gaat ervan uit dat er binnen de afgegeven (machtiging tot voortzetting van de) crisismaatregel of zorgmachtiging kan worden op- en afgeschaald tussen zorgvormen en tussen verplichte zorg in een accommodatie en ambulante behandeling. Daarbij is verplichte zorg niet langer afhankelijk van een opname en wordt niet meer gesproken van 'verlof', maar van tijdelijke onderbreking van verplichte zorg.
De psychiater heeft de behandelaar er volgens haar zeggen van weten te overtuigen dat dit wel moet gebeuren.
Wanneer de rechtbank het daartoe strekkend verzoek van de officier van justitie uiterlijk op de laatste dag van de lopende machtiging voortzetting crisismaatregel ontvangt, loopt de werking daarvan door tot uiterlijk drie weken na ontvangst van het verzoek of zoveel eerder als de rechtbank daarop beslist (artikel 7:10 aanhef Pro en lid 1 Wvggz). Dat betekent dat de werking van de machtiging voortzetting crisismaatregel tot uiterlijk zes weken na de verlening van die machtiging kan doorlopen.
Mocht zich tijdens deze periode opnieuw een crisissituatie voordoen die een hernieuwde opname van [betrokkene] noodzakelijk maakt, dan hoeft niet opnieuw de procedure van een aanvraag crisismaatregel via de burgemeester gevolgd te worden. Dat is voor [betrokkene] en zijn ouders minder belastend en zal ook meer rust geven wanneer [betrokkene] weer thuis verblijft.