ECLI:NL:RBMNE:2026:904
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering niet-ontvankelijk na intrekking besluit
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de verlaging van haar bijstandsuitkering per 1 november 2025, omdat zij sinds 27 augustus 2025 in een instelling verbleef. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes heeft het besluit tot verlaging van de uitkering op 27 november 2025 genomen. Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
Op 13 januari 2026 heeft het college het bestreden besluit ingetrokken, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen procesbelang meer had bij de voorlopige voorziening, omdat het bezwaar door het college was gehonoreerd.
Desondanks werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, die bestonden uit één proceshandeling (het indienen van het verzoekschrift) met een waarde van € 934,-. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 4 maart 2026 door voorzieningenrechter N.M. Spelt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.