Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Bij de keuze van de hoogte van het bedrag is beredeneerd dat € 10.000 substantieel genoeg wordt geacht om echt iets te betekenen voor ex-partners, als het verdelen niet lukt. Wanneer de ex-partner meent meer schade te hebben dan deze € 10.000 kan hij of zij dit aanvoeren bij de aanvullende schaderegeling.’ [2] Dat betekent dat de wetgever bij het maken van deze regeling heeft onderkend dat het soms niet lukt tussen partners (zoals bij eiseres en haar ex-partner) de compensatiebedragen eerlijk te verdelen, en dat de wetgever ervoor heeft gekozen om ex-toeslagpartners in die gevallen een vast bedrag aan compensatie toe te kennen. Er bestaat naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen mogelijkheid om eiseres een hoger compensatiebedrag toe te kennen. Dat betekent dat het compensatiebedrag van € 10.000,- blijft staan. Het beroep is ongegrond.