ECLI:NL:RBMNE:2026:913

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/8391
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet herstel toeslagenBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing lichte toets kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft bij Dienst Toeslagen een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag aangevraagd op grond van de Wet herstel toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen wees haar aanvraag in de lichte toets af, waarna eiseres beroep instelde tegen dit besluit. Inmiddels heeft Dienst Toeslagen een integrale herbeoordeling uitgevoerd, waarin eveneens werd vastgesteld dat eiseres geen gedupeerde is en geen recht heeft op compensatie uit de Catshuisregeling.

De rechtbank beoordeelt of eiseres voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit op de lichte toets. Gelet op de integrale herbeoordeling die het eerdere besluit heeft ingehaald, oordeelt de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Eiseres kan met dit beroep niet bereiken dat zij alsnog als gedupeerde wordt aangemerkt.

Eiseres stelde dat zij niet tijdig bezwaar kon maken tegen de integrale herbeoordeling, maar de rechtbank acht dit onvoldoende om procesbelang aan te nemen. De rechtbank wijst erop dat het tijdig indienen van bezwaar in beginsel de verantwoordelijkheid van eiseres is en dat zij nog bezwaar kan maken tegen de integrale herbeoordeling.

Omdat bij het instellen van het beroep op de lichte toets nog wel procesbelang bestond, veroordeelt de rechtbank Dienst Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit wordt niet inhoudelijk beoordeeld.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de lichte toets wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8391

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.G.P. van der Baan),
en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Eiseres heeft melding gemaakt bij Dienst Toeslagen dat zij gedupeerde is van de toeslagenaffaire en dat zij een herbeoordeling wenst van het recht op kinderopvangtoeslag op grond van de Wet herstel toeslagen (Wht). Deze uitspraak gaat over de beoordeling van Dienst Toeslagen in de ‘lichte toets’. Eiseres is het er niet mee eens dat zij in die “lichte toets” niet wordt aangemerkt als gedupeerde en dus geen aanspraak maakt op het compensatiebedrag van € 30.000,- uit de Catshuisregeling. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat geen sprake is van procesbelang bij deze procedure. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 21 november 2022 heeft Dienst Toeslagen naar aanleiding van de “lichte toets” vastgesteld dat eiseres niet als gedupeerde kan worden aangemerkt en dus geen compensatie krijgt. Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Daarbij heeft Dienst Toeslagen de rechtbank laten weten dat bij besluit van 12 juni 2025 de integrale herbeoordeling heeft plaatsgevonden.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.
2.4. Na de zitting hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen nog gelegenheid gehad om contact te hebben over het inmiddels genomen besluit over de integrale herbeoordeling en rechtsmiddelen daartegen. Het onderzoek is vervolgens op 9 januari 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
3. De rechtbank beoordeelt eerst de vraag of eiseres voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit.
4. Op grond van vaste rechtspraak geldt als uitgangspunt dat pas sprake is van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat eiseres met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiseres feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.
5. In deze procedure gaat het over het besluit waarin het resultaat van de “lichte toets” is neergelegd. Deze eerste toets wordt gevolgd door een integrale herbeoordeling, waarin dieper op de omstandigheden wordt ingegaan. Die integrale herbeoordeling heeft inmiddels bij besluit van 12 juni 2025 plaatsgevonden en ook op grond daarvan is vastgesteld dat eiseres geen gedupeerde is en dat zij niet in aanmerking komt voor € 30.000,-.
6. Eiseres voert aan dat zij nog procesbelang heeft bij een beoordeling van het besluit over de “lichte toets” omdat zij niet tijdig bezwaar heeft kunnen indienen tegen integrale herbeoordeling. Dat betekent dat deze procedure de enige procedure is om aan de orde te stellen of eiseres gedupeerde is en dus aanspraak maakt op het compensatiebedrag van € 30.000,- uit de Catshuisregeling.
7. De rechtbank vindt dit onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Dat nog geen rechtsmiddelen zijn aangewend of deze niet tijdig zijn aangewend, laat onverlet dat eiseres feitelijk met dit beroep niet kan bereiken dat zij in weerwil van het besluit op de integrale herbeoordeling als gedupeerde kan wordt aangemerkt. Met de integrale herbeoordeling is een volledige herbeoordeling van het verzoek van eiseres verricht. Dat houdt in dat er grondiger (dan bij de “lichte toets”) is gekeken naar de situatie van eiseres en naar de vraag of zij als gedupeerde aangemerkt moet worden. Daarbij is ook heroverwogen of de “lichte toets” anders had moeten uitpakken en of eiseres toch wel recht had op compensatie uit de Catshuisregeling. Als dat zo zou zijn geweest, dan zou Dienst Toeslagen bij de integrale herbeoordeling die compensatie alsnog uitkeren, met wettelijke rente over de periode dat eiseres de compensatie heeft moeten missen omdat eerder bij de “lichte toets” een foute beoordeling is gemaakt. De integrale herbeoordeling haalt dus de beoordeling van de “lichte toets” in.
8. Bovendien is het tijdig indienen van bezwaar in beginsel de verantwoordelijkheid van eiseres. Op de zitting heeft eiseres opgemerkt dat zij niet eerder dan bij het verweerschrift in deze procedure kennis heeft genomen van het besluit op de integrale beoordeling. In dat kader is op de zitting besproken dat eiseres alsnog bezwaar kan indienen, waarbij zij kan onderbouwen waarom termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht en dat verweerder nader onderzoek zal doen naar de wijze van bekendmaking van het besluit op de integrale herbeoordeling. Dienst Toeslagen heeft de rechtbank laten weten dat op basis van de haar beschikbare informatie geen grond is om een bezwaar alsnog te ontvangen. De rechtbank kan op een beoordeling van een eventueel besluit hierover niet vooruitlopen.
9. De rechtbank stelt vast dat ook anderszins niet is gebleken van procesbelang.
10. Omdat ten tijde van het instellen van het beroep tegen de “lichte toets” deze nog niet was ingehaald door de integrale herbeoordeling, bestond er bij het indienen van het beroepschrift nog wel procesbelang. Daarom ziet de rechtbank aanleiding om Dienst Toeslagen te veroordelen in het vergoeden van de door eiseres gemaakte proceskosten, voor zover het het indienen van het beroepschrift betreft, en het door haar betaalde griffierecht.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Omdat ten tijde van het instellen van het beroep nog wel procesbelang bestond, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Dienst Toeslagen moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 934,-.
12. Ook ziet de rechtbank hierin aanleiding dat Dienst Toeslagen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.