ECLI:NL:RBMNE:2026:915
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake urgentieverklaring en passend woningaanbod
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verlenging van haar urgentieverklaring door WoningNet en tegen het niet tijdig ontvangen van een passend woningaanbod. De voorzieningenrechter beoordeelt dat het bezwaar tegen de e-mail van 6 oktober 2025 en het beroep niet tijdig beslissen geen kans van slagen hebben. Het bezwaar is te algemeen en moet nog worden aangevuld, terwijl het beroep niet tijdig beslissen niet van toepassing is omdat er geen wettelijke aanvraag ligt waarop moet worden beslist.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het aanbieden van een woning een feitelijke handeling is en geen besluit dat de rechtspositie van verzoekster beïnvloedt. Verzoekster beschikt reeds over een urgentieverklaring, waardoor zij al een aanspraak heeft op voorrang bij woningtoewijzing. Het verzoek om schorsing van de urgentieverklaring is niet logisch omdat dat zou betekenen dat verzoekster geen urgentieverklaring meer heeft.
Hoewel de situatie van verzoekster onwenselijk is omdat zij lang wacht op een passende woning, is het verzoek niet de juiste weg om dit te bereiken. De voorzieningenrechter adviseert inschrijving via WoningNet en contact met het college van burgemeester en wethouders. Het verzoek wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder toekenning van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen als kennelijk ongegrond omdat het bezwaar en beroep geen kans van slagen hebben.