Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
.
.
.
Rechtbank Midden-Nederland
De politierechter van de Rechtbank Midden-Nederland sprak verdachte vrij van het overtreden van een collectief winkelverbod in Hoog Catharijne en een individueel winkelverbod voor een Albert Heijn in Utrecht. De zaak betrof drie incidenten waarbij verdachte zonder toestemming winkels betrad ondanks een verbod.
De officier van justitie vroeg vrijspraak omdat niet duidelijk was of het collectieve winkelverbod rechtsgeldig was opgelegd door een bevoegde persoon en of de verdachte wist dat de winkels onder het verbod vielen. Ook was onduidelijk of het individuele winkelverbod aan verdachte in een begrijpelijke taal was uitgelegd.
De verdediging voerde aan dat het collectieve verbod niet rechtsgeldig was en dat verdachte niet tegen de wil van de rechthebbende in de Action was geweest. De politierechter oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte wederrechtelijk handelde, mede omdat niet was aangetoond dat de winkels waren aangesloten bij het collectief en dat verdachte het verbod begreep. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Het vonnis werd gewezen door politierechter S.D. Groen op 11 maart 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het collectief en individueel winkelverbod rechtsgeldig was en dat hij op de hoogte was.