ECLI:NL:RBMNE:2026:924

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/16/600680 / FO RK 25-1255
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 263 RvArt. 270 lid 1 RvArt. 1:4 lid 4 BWArt. 1:4 lid 2 BWArt. 1:28a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslacht en voornaam minderjarige in geboorteakte toegewezen

De ouders van een minderjarige, geboren in 2011, verzoeken de rechtbank om de geboorteakte te wijzigen door het geslacht te wijzigen van mannelijk naar vrouwelijk en de voornaam aan te passen. De ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) van de gemeente Rotterdam heeft geen bezwaar tegen het verzoek.

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, is bevoegd om de zaak te behandelen omdat partijen hiermee instemmen. De rechtbank toetst het verzoek aan het Nederlandse recht en relevante jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Uit het dossier en het gesprek met de minderjarige blijkt dat zij zich al lange tijd identificeert als meisje en dat de ouders haar hierin volledig steunen. De rechtbank acht de minderjarige ondanks haar leeftijd in staat de consequenties te overzien en concludeert dat er een zwaarwegend belang is bij de wijziging. De rechtbank wijst het verzoek toe en gelast de ABS de geboorteakte aan te passen zodra de beschikking onherroepelijk is.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van geslacht en voornaam in geboorteakte van minderjarige wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600680 / FO RK 25-1255 (wijziging geslacht en voornaam minderjarige)
Beschikking van 11 februari 2026
in de zaak van:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
beiden wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
als wettelijk vertegenwoordigers van het kind:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
met als belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Rotterdam,
hierna te noemen: de ABS.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de ouders, binnengekomen op 2 oktober 2025;
  • de brief van de ABS van 20 oktober 2025.
1.2.
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. [minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting met de kinderrechter gesproken.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 28 januari 2026. Hierbij waren de ouders met hun advocaat aanwezig. Namens de gemeente Rotterdam is (na afmelding) niemand verschenen.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Het minderjarige kind van de ouders is:
-
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).
2.2.
Van de geboorte van [minderjarige] is op 9 februari 2011 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] .
2.3.
Op de geboorteakte staat vermeld dat [minderjarige] van het M (mannelijk) geslacht is.
2.4.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
2.5.
De ouders en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.6.
De ouders verzoeken de rechtbank de ABS te gelasten om de geboorteakte van [minderjarige] te verbeteren in die zin dat een latere vermelding wordt toegevoegd van de wijziging van:
  • het geslacht, in die zin dat wordt vermeld dat [minderjarige] van het geslacht F (vrouwelijk) is;
  • de voornaam in: [minderjarige] .
2.7.
De ABS heeft schriftelijk verklaard geen bezwaar te hebben tegen het verzoek om wijziging van het geslacht van [minderjarige] .

3.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht
3.1.
Omdat de geboorteakte van [minderjarige] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam, is in beginsel de rechtbank Rotterdam bevoegd om te oordelen over het verzoek. [1] De ouders hebben echter schriftelijk verklaard dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. De ABS heeft schriftelijk verklaard ook geen bezwaar te hebben. Om die reden zal deze rechtbank de zaak alsnog beoordelen en niet verwijzen naar de rechtbank Rotterdam. [2]
3.2.
Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing omdat de ouders en [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit hebben.
Voornaamswijziging
3.3.
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven aan de ABS om de voornaam van het kind dat geboren is als ‘ [minderjarige] ’ te wijzigen in ‘ [minderjarige] ’. De ouders hebben namelijk voldoende duidelijk gemaakt dat [minderjarige] een zwaarwegend belang heeft bij de voornaamswijziging. Daarnaast is de gevraagde voornaam niet ongepast en geen geslachtsnaam. [3]
3.4.
Zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal de ABS de geboorteakte aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte).
Wijziging geslacht op de geboorteakte
Beslissing
3.5.
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal de ABS gelasten om de geboorteakte van [minderjarige] aan te passen, in die zin dat het geslacht ‘vrouwelijk’ zal zijn. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Wettelijk kader
3.6.
De rechtbank moet allereerst beoordelen of het mogelijk is om een vrouwelijke geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte van [minderjarige] omdat [minderjarige] de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte. De huidige wetgeving laat een dergelijke aanpassing van de geboorteakte pas toe bij iemand van zestien jaar en ouder. [4] De maatschappelijke opvattingen over dit onderwerp zijn de laatste jaren sterk in ontwikkeling geweest. In het in 2021 ingediende wetsvoorstel (kamerstuk 35825, nr. 2) werd onder meer voorgesteld om het voor kinderen jonger dan zestien jaar mogelijk te maken om hun geslachtsregistratie te wijzigen via een verzoek aan de rechtbank. Met deze wijziging zou ook de noodzaak van een deskundigenverklaring vervallen. De situatie is echter dit jaar gewijzigd. Begin juli 2025 heeft Staatssecretaris Struycken de transgenderwet ingetrokken. Dit betekent dat er op korte termijn geen nieuwe nationale wetgeving op dit gebied zal komen.
3.7.
Voor [minderjarige] zal de rechtbank in deze zaak beslissen aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval. De rechtbank sluit aan bij de lijn van het arrest van de Hoge Raad in genderneutrale zaken. [5] Ook verwijst de rechtbank in dit kader naar het arrest van Het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) van 12 juni 2003. Daarin bevestigde het EHRM dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vormt en genderidentiteit een van de meest intieme aspecten van het privéleven en een van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt. [6]
De zaak van [minderjarige]
3.8.
De rechtbank vindt dat [minderjarige] en haar ouders voldoende hebben onderbouwd dat de vermelding van het mannelijke geslacht op de geboorteakte van [minderjarige] (en daarmee ook op haar identiteitskaart) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [minderjarige] . Uit de stukken, het gesprek met [minderjarige] en wat er verder op de zitting is besproken, volgt dat [minderjarige] zich al lang identificeert als meisje. Vanaf het moment dat [minderjarige] kon praten gaf zij al aan zich een meisje te voelen. De ouders steunden deze wens volledig en hebben [minderjarige] hierin begeleid. Toen [minderjarige] vijf jaar oud was hebben de ouders zich gemeld bij de genderpoli. Daar werd al vroeg de diagnose genderdysforie vastgesteld. Vanaf dat [minderjarige] zeven jaar was ging zij in meisjeskleding naar school, werd zij aangesproken met haar juiste identiteit en deed zij volledig mee in de meisjesgroep. Volgens de ouders bloeide [minderjarige] hierdoor helemaal op. Sinds haar twaalfde is [minderjarige] gestart met puberteitsremmers en op haar verjaardag ( [geboortedag] 2026) mag zij ook starten met cross-hormonen. [minderjarige] is hier erg blij mee. Op dit moment loopt [minderjarige] vooral bij reizen naar het buitenland tegen problemen aan. Bij controles op luchthavens wordt [minderjarige] zenuwachtig en angstig, met name wanneer zij door de douane moet. In april 2026 zal [minderjarige] met school naar het buitenland gaan. [minderjarige] hoopt dat zij voor die tijd een nieuw paspoort aan kan vragen met daarop de ‘juiste’ geslachtsvermelding zodat zij met een gerust hart op reis kan gaan.
3.9.
De overtuiging van [minderjarige] tot een ander geslacht te behoren dan in de akte van geboorte is vermeld, is naar het oordeel van de rechtbank gezien de stukken en het gesprek op de zitting, weloverwogen en bestendig. Daarbij acht de rechtbank [minderjarige] , ondanks haar jonge leeftijd, zelf in staat om de consequenties van het verzoek te overzien. De ouders en [minderjarige] hebben voldoende toegelicht dat [minderjarige] een zwaarwegend belang heeft om zich te kunnen presenteren naar de buitenwereld als meisje. [minderjarige] heeft last van het feit dat zij haar identiteitskaart moet laten zien waarop het ‘mannelijk’ geslacht staat vermeld, terwijl zij zich een meisje voelt en eruit ziet als een meisje.
3.10.
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] om nu al tot een wijziging van de vermelding van het geslacht over te gaan. Hierdoor wordt ook uitvoering gegeven aan de uit artikel 8 EVRM Pro voortvloeiende positieve verplichting de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan het geslacht waartoe iemand volgens diens vaste overtuiging behoort.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.11.
Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 2011 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van:
  • de voornamen in: ‘ [minderjarige] ’;
  • het geslacht, in die zin dat wordt vermeld dat het kind van het (F) vrouwelijk geslacht is;
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 263 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
2.Artikel 270 lid 1 Rv Pro
3.Artikel 1:4 lid 4 jo Pro. lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
4.Artikel 1:28 a lid 1 BW
5.Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336
6.ECLI:EC:ECHR:2003:0612JUD003596897