Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:925

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/6569
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 20 september 2024, waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Op 2 februari 2026 heeft het UWV dit besluit vervangen door een gewijzigde beslissing waarin verzoeker per 28 maart 2024 in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Hierdoor is het UWV aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.

Naar aanleiding van de intrekking van het beroep heeft verzoeker een verzoek ingediend tot veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop het UWV akkoord ging met vergoeding van de opgegeven reiskosten en een forfaitaire vergoeding voor de proceskosten van de gemachtigde van verzoeker.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.871,92 aan proceskosten aan verzoeker. Dit bedrag bestaat uit een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand (€ 1.868,-) en reiskosten (€ 3,92). Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 51,- door het UWV moet worden vergoed, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.871,92 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6569

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.P. Schildkamp),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.H. Swart).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het Uwv van 20 september 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat het Uwv op 2 februari 2026 dit besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord is met vergoeding van de opgegeven reiskosten van verzoeker en een forfaitaire vergoeding van de proceskosten van de gemachtigde van verzoeker.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 21 oktober 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 20 september 2024, waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het Uwv heeft op 2 februari 2026 besloten dat verzoeker per 28 maart 2024 in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1). Verder heeft verzoeker ook reiskosten tot een bedrag van € 3,92 gemaakt. Ook deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.871,92 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.S.D. de Weerd, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.