Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres sub 1] B.V., uit [plaats] ,
[eiseres sub 2] , uit [plaats] ,
[vergunninghouder] ,uit [plaats] , vergunninghouder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft de beroepen van twee partijen tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug om op 27 januari 2025 een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing en functiewijziging van drie Rijksmonumentale gebouwen op een locatie binnen de gemeente.
Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder onzorgvuldige besluitvorming, strijd met cultuurhistorische belangen, onjuiste toepassing van milieuregels en onvoldoende motivering. Het college stelde dat eisers niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt, waardoor hun beroepen niet-ontvankelijk zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat beide eisers wel ontvankelijk zijn, mede omdat één eiser zienswijzen had ingediend en de andere voldoende belang had bij het behoud van het gebied. De inhoudelijke beoordeling leidde tot de conclusie dat het college de vergunning terecht heeft verleend, dat de procedure zorgvuldig is verlopen en dat de belangenafweging en motivering toereikend zijn. De beroepsgronden faalden, onder meer omdat de ruimtelijke onderbouwing en adviezen van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en andere instanties positief waren en er geen significante milieubelasting of natuurverstoring werd vastgesteld.
De beroepen werden ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 4 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ontvankelijk maar ongegrond en bevestigt de omgevingsvergunning.