ECLI:NL:RBMNE:2026:960

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
603053 FT RK 25-1175
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 FaillissementswetArt. 349a FaillissementswetArt. 2 Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met looptijd van 18 maanden

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van verzoekster om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. Het verzoek werd ingediend nadat een buitengerechtelijke schuldregeling niet mogelijk bleek, omdat vier schuldeisers het aanbod van schuldhulpverlening hadden geweigerd.

Tijdens de zitting op 28 januari 2026 verschenen verzoekster, een schuldhulpverlener en een buurtteambegeleider. De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro was voldaan en dat verzoekster ontvankelijk was in haar verzoek. De rechtbank stelde vast dat verzoekster niet had voldaan aan haar inspanningsverplichting, omdat zij niet had gewerkt en geen formele ontheffing van de sollicitatieplicht had.

Daarom werd geen eerdere ingangsdatum van de Wsnp vastgesteld en werd de looptijd van de regeling op 18 maanden gesteld. De rechtbank benoemde een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen, waaronder het beheer van de boedel en de postblokkade gedurende de eerste 13 maanden. Indien verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, kan zij een schone lei verkrijgen.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met een looptijd van 18 maanden zonder eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Utrecht
zaaknummer: 603053 FT RK 25-1175
uitspraakdatum: 12 februari 2026
uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet
( “toepassing schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
[verzoekster] ,
wonende [adres] ,
[postcode 1] [plaats 1] ,
hierna: [verzoekster] ,

1.Waar deze zaak over gaat

1.1.
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

2.De procedure

2.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
2.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- de heer [A] , schuldhulpverlener van de gemeente Utrecht,
- mevrouw [B] , begeleider van het buurtteam.

3.De beoordeling

3.1.
Ten aanzien van [verzoekster] is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
Ontvankelijkheid
3.2.
Om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp), moet [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
3.3.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de schuldhulpverlening namens [verzoekster] een aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. Vier schuldeisers hebben dit aanbod geweigerd.
3.4.
Daarom is in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. [verzoekster] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
Ingangsdatum en duur
3.5.
De faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan. Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande minnelijk traject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijk traject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag, moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
3.6.
[verzoekster] heeft wel gespaard voor haar schuldeisers, maar niet gewerkt. [verzoekster] heeft zich dus niet gehouden aan haar inspanningsverplichting, nu zij op de zitting van 28 januari 2026 heeft verklaard dat zij geen formele ontheffing heeft van de sollicitatieplicht. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen en daarmee de looptijd van de Wsnp-regeling te verkorten.
3.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wnsp-regeling ex artikel 349a Fw vast op 18 maanden.
De verplichtingen in de Wsnp
3.8.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vrij te laten bedrag en van goederen die in de boedel vallen).
3.9.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.10.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen. De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt. [verzoekster] heeft verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan. De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.11.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.12.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle aan [verzoekster] .
3.13.
Als [verzoekster] zich tijdens de schuldsaneringsregeling houdt aan alle verplichtingen, krijgt zij een zogenoemde “schone lei”.

4.Beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1994 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [postcode 1] [plaats 1] ,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt,
en tot bewindvoerder M. van Dijk-Middelweerd,
Postbus [postbusnummer] ,
[postcode 2] [plaats 2] ;
- stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden;
- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van Pro het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.E. Bernini en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.