De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een prematuur geboren baby voor respectievelijk een jaar en zes maanden. De kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland besluit op 11 maart 2026 met spoed en zonder de ouders te horen, omdat de voorlopige maatregelen aflopen en er sprake is van vluchtgevaar en medische noodzaak.
De baby is prematuur geboren en heeft een veilige, voorspelbare leefomgeving nodig. De ouders tonen onvoldoende medewerking aan hulpverlening en er zijn zorgen over hun draagkracht en opvoedvaardigheden. De baby is geplaatst in een pleeggezin samen met zijn broertje en zusje, waar hij de noodzakelijke medische zorg krijgt.
De kinderrechter stelt de baby onder toezicht van de gecertificeerde instelling en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing tot 25 maart 2026. De ouders en de gecertificeerde instelling worden uitgenodigd voor een zitting op 20 maart 2026 om hun standpunten te geven en verdere beslissingen te nemen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister.