ECLI:NL:RBMNE:2026:967
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde appartement in Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Utrecht, vastgesteld op €690.000,- voor het belastingjaar 2025 met waardepeildatum 1 januari 2024. Na bezwaar en een uitspraak op bezwaar die de waarde handhaafde, is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de heffingsambtenaar een taxatiematrix overlegt met drie referentiewoningen in dezelfde straat en bouwperiode. De rechtbank acht deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen, zoals isolatie en geluidsoverlast.
Eiser voert aan dat geluidsoverlast en het ontbreken van isolatie onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank volgt de uitleg dat deze factoren zijn verdisconteerd in de verkoopprijzen van de referentiewoningen. Ook het argument dat WOZ-waarden jaarlijks opnieuw vastgesteld moeten worden zonder grondslag in voorgaande jaren wordt verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam op 2 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €690.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.