Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 december 2025, met bijlagen;
- de brief van RMG van 5 februari 2026, met bijlagen;
- de mail van [eiser] met een wijziging van eis en één bijlage;
- de brief van [eiser] van 13 februari 2026, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser] ;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van RMG .
2.De beoordeling
“(…) Ik begreep van Lantor dat je ziek bent, wanneer denk je dat je weer kunt werken?”[eiser] heeft daarop op 12 november 2025 geantwoord:
“(…) Helaas voel ik mij niet goed. Ik weet niet of ik kan werken. Ik wil graag een afspraak met de bedrijfsarts. Ik ben nu in behandeling bij [organisatie] in [plaats] .”RMG heeft daarop dezelfde dag als volgt gereageerd:
“(…) Ik ga even overleggen met de bedrijfsarts wanneer dit mogelijk is. Wat moet ik zeggen tegen de bedrijfsarts wat de klachten zijn.”[eiser] heeft per ommegaande gereageerd dat hij al een paar jaar behandeld wordt voor ernstige PTSS, dat door nieuwe gebeurtenissen zijn probleem erger is geworden en hij zich helemaal niet goed voelt. RMG was er vanaf dat moment op de hoogte dat [eiser] te maken had met ernstige psychische problemen. Bovendien werd de dag daarna duidelijk dat er vertrouwelijke stukken over [eiser] aan haar zouden worden toegestuurd. Zij heeft daarover geen navraag gedaan. Gelet op het goed werkgeverschap lag het op haar weg om te polsen of [eiser] nog wel achter de beëindigingsovereenkomst stond. Dat geldt te meer omdat [eiser] de Nederlandse taal niet machtig is en zich ook om die reden in een kwetsbare positie bevindt. RMG heeft niets ondernomen. Ze heeft wel de suggestie gewekt dat zij het verzoek van [eiser] om de bedrijfsarts in te schakelen serieus nam, maar zij heeft de bedrijfsarts vervolgens niet ingeschakeld. Daardoor is een week voorbij gegaan zonder dat voor [eiser] duidelijk was dat de ontbindingsverklaring RMG nog niet had bereikt. Pas één dag na het verstrijken van de bedenktermijn van veertien dagen werd dit voor [eiser] duidelijk. RMG liet toen pas weten dat ze de bedrijfsarts, in tegenstelling tot haar eerdere bericht, niet zou inschakelen omdat de arbeidsovereenkomst op 1 december 2025 zou eindigen. [eiser] heeft RMG daarop direct gewezen op de door hem verstuurde ontbindingsverklaring. RMG heeft geen nadeel van het feit dat de ontbindingsverklaring haar één dag te laat heeft bereikt, althans dat heeft zij niet gesteld. Gelet op alle omstandigheden bij elkaar komt het niet tijdig bereiken van de herroepingsverklaring voor haar rekening en risico.