Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
I. te bepalen dat de vrouw de zorgregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van 21 maart 2024 strikt naleeft;
II. te bepalen dat de vrouw, voor iedere keer dat zij in gebreke blijft aan de onder I bedoelde verplichting te voldoen, een dwangsom verbeurt van € 500,- per keer (dan wel per dag(deel) van niet-nakoming) met een maximum van € 25.000,-;
III. voor recht te verklaren, althans te bepalen, dat de man het bedrag van € 3.900,- uit hoofde van het tussen partijen gesloten convenant mag voldoen in maandelijkse termijnen van € 100, telkens vóór de laatste dag van de maand;
IV. te bepalen dat, zolang de man conform de onder III bedoelde regeling tijdig betaalt, geen wettelijke rente en bijkomende kosten verschuldigd zijn en geen executiemaatregelen worden getroffen.
2.De beoordeling
3.De beslissing
13 februari 2026.