ECLI:NL:RBMNE:2026:979

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/16/587110 / HA ZA 25-39
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 7:400 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tekortkoming en toewijzing betaling onderhoudsfacturen sterilisatoren

Eiseres exploiteert een polikliniek en tandartspraktijk en kocht twee sterilisatoren van Getinge. Zij stelde dat deze niet geschikt waren voor het beoogde gebruik en veel storingen vertoonden, wat volgens haar een tekortkoming en onrechtmatig handelen van Getinge opleverde. De rechtbank oordeelde echter dat de sterilisatoren voldeden aan de verwachtingen en dat de storingen binnen redelijke grenzen vielen.

Getinge voerde aan dat er geen koopovereenkomst was maar een leaseovereenkomst met een derde partij, maar de rechtbank vond dat dit geen gevolgen had voor de procedure. Ook werd vastgesteld dat er geen overeenkomst van opdracht tot advies was gesloten, waardoor het verwijt van onjuist advies niet opging.

De rechtbank stelde vast dat de storingen niet zodanig waren dat sprake was van non-conformiteit en dat de service op basis van losse opdrachten adequaat was. In reconventie werd eisende partij veroordeeld tot betaling van openstaande onderhoudsfacturen van ruim €61.000, inclusief wettelijke rente, omdat de werkzaamheden waren verricht en niet betwist werden.

Eiseres werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten in zowel conventie als reconventie. Het vonnis werd gewezen door mr. J.G. van Ommeren en op 4 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vorderingen eisende partij afgewezen, maar zij wordt veroordeeld tot betaling van openstaande onderhoudsfacturen aan Getinge met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/587110 / HA ZA 25-39
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. C. Vermeulen,
tegen
GETINGE NETHERLANDS B.V.,
te Hilversum ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Getinge ,
advocaat: mr. F.H. Oosterloo.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties,
- de akte met aanvullende producties aan de zijde van [eiseres] ,
- de akte met aanvullende producties aan de zijde van Getinge ,
- de mondelinge behandeling van 1 augustus 2025, waar door de griffier aantekeningen van zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] (onderdeel van [onderneming 1] B.V.) exploiteert een polikliniek kaakchirurgie en een tandartspraktijk. Zij heeft onder andere twee sterilisatoren van Getinge (een groothandelaar in medische en tandheelkundige instrumenten) gekocht. Deze sterilisatoren zijn volgens [eiseres] niet geschikt voor het door haar beoogde ge- en verbruik en vertonen daarnaast abnormaal veel storingen. [eiseres] meent dat Getinge tekort is geschoten in de nakoming, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld. Omdat de rechtbank hier niet in meegaat, worden alle vorderingen in conventie afgewezen. De vorderingen in reconventie, waaronder betaling van de openstaande onderhoudsfacturen, worden toegewezen. Dit wordt hierna uitgelegd.

3.De beoordeling

In conventie
Artikel 21 Rechtsvordering Pro (hierna: Rv)
3.1.
Getinge heeft, voor alle weren, een beroep gedaan op artikel 21 Rv Pro. Getinge stelt dat [eiseres] zich in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro in de dagvaarding beroept op een tussen [eiseres] en Getinge gesloten koopovereenkomst, terwijl dit in werkelijkheid gaat om een leaseovereenkomst tussen [eiseres] en [onderneming 2] B.V. (een besloten vennootschap die zich bezighoudt met de verhuur en lease van machines, werktuigen en goederen, hierna: [onderneming 2] ). Die leaseovereenkomst heeft [eiseres] pas bij conclusie van antwoord in reconventie in het geding gebracht en – zo meent Getinge – de rechtbank daarmee bewust op het verkeerde been gezet. Volgens Getinge moeten de vorderingen van [eiseres] daarom worden afgewezen. In ieder geval dient deze wijze van procederen volgens Getinge te worden gesanctioneerd met een volledige, althans hogere proceskostenveroordeling.
3.2.
Hoewel het klopt dat [eiseres] feitelijk met [onderneming 2] heeft gecontracteerd (en [eiseres] dit feit bij dagvaarding had moeten melden), staat tussen partijen vast dat [eiseres] en Getinge altijd rechtstreeks hebben gecommuniceerd. Dit deden zij zowel in het kader van de aankoop van de sterilisatoren als over de gestelde gebreken hieraan. Getinge verwees hierbij nooit naar [onderneming 2] als juridische eigenaar en dus degene die de klachten bij haar moest indienen. De rechtbank zal dan ook geen gevolgen verbinden aan de schending van artikel 21 Rv Pro.
Rol [onderneming 2] kan in het midden blijven
3.3.
Getinge betwist dat tussen [eiseres] en Getinge een koopovereenkomst tot stand is gekomen. [eiseres] heeft een leaseovereenkomst met [onderneming 2] gesloten en is volgens Getinge bij haar dus aan het verkeerde adres. Omdat de rechtbank de vorderingen van [eiseres] op andere gronden afwijst, kan de (juridische) rol van [onderneming 2] naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven.
Geen tekortkoming in de nakoming
3.4.
[eiseres] stelt dat de sterilisatoren niet geschikt zijn voor het door haar beoogde en met Getinge afgesproken ge- en verbruik (verwijt 1). Hier komt volgens [eiseres] bij dat de sterilisatoren abnormaal veel storingen, fouten, gebreken en andersoortige tekortkomingen vertonen (verwijt 2). De rechtbank is van oordeel dat beide verwijten niet zijn komen vast te staan.
De sterilisatoren zijn geschikt voor het kenbaar gemaakte ge- en verbruik (verwijt 1)
3.4.1.
Anders dan [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat de sterilisatoren voldoen aan hetgeen [eiseres] in het kader van capaciteit mocht verwachten. Partijen hebben – naast de koopovereenkomst – niet ook een overeenkomst van opdracht tot het geven van advies gesloten. Het bestaan van een losse overeenkomst van opdracht is door Getinge gemotiveerd betwist en volgt naar het oordeel van de rechtbank ook niet uit de overgelegde stukken. Partijen hebben gesproken over de koop/verkoop van medische apparatuur, in welk kader uiteraard ook de vraag is besproken welke apparatuur voor de klant het meest passend is. Dit is op zich onvoldoende om een overeenkomst van opdracht aan te nemen naast een tot stand gekomen koop/verkoopovereenkomst.
3.4.2.
[A] (oprichter, bestuurder en aandeelhouder van [onderneming 1] , hierna: [A] ) heeft in het kader van de koopovereenkomst namens [eiseres] in een mail van 29 januari 2019 aan Getinge medegedeeld dat de poli kaakchirurgie bestaat uit zes kamers en de tandartspraktijk uit negen kamers. In diezelfde mail laat [A] weten de vraag over capaciteit niet te kunnen beantwoorden, omdat hij niet weet in welke grootheden gesproken wordt. [1] In vrij kort hierop volgende whatsappcorrespondentie van 1 februari 2019 stuurt [A] vervolgens een foto van de netten (de bakjes die in de sterilisator worden geschoven) die door [eiseres] gebruikt worden. [A] laat weten dat het om 70 netten per dag gaat. Als Getinge vervolgens vraagt naar de aanvoer van deze netten, laat [A] weten:
“2 of 4 x wassen per dag, 11, 13, 15 en 17. Of 2 x grotere hoeveelheid. Wij zorgen ervoor dat we voor twee dagen netten hebben”
3.4.3.
Getinge betwist dat dit gesprek gaat over de capaciteit van de sterilisatoren (in plaats van de capaciteit van de wasmachines), maar dit kan naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven. Immers, alles wat gewassen wordt, moet ook gesteriliseerd worden. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling weliswaar betoogd dat
“11, 13, 15 en 17”zou zien op de beoogde uitbreiding van het aantal cycli per dag, maar dit is door Getinge gemotiveerd betwist en naar het oordeel van de rechtbank ook een onlogische uitleg van het bericht. Meer voor de hand liggend is dat de getallen zien op de vier tijdstippen waarop volgens Getinge wordt gewassen/gesteriliseerd.
3.4.4.
De rechtbank is dus van oordeel dat partijen 70 netten per dag voor 15 kamers als uitgangspunt hebben genomen ten aanzien van de maximaal beoogde interne capaciteit, waarbij van belang is dat het ging om een praktijk in opbouw. Precies om die reden heeft Getinge twee HS33-sterilisatoren aangeraden, waarbij rekening is gehouden met een mogelijk later bij te plaatsen derde HS33-sterilisator: [2]
“Opmerking bij de tekeningen; We hebben nu een tekening gemaakt op basis van 3 stuks sterilisatoren en 3 stuks washers. Uiteraard gaan we nu uit van 2 om 2, echter willen we graag voor jullie de mogelijkheid openhouden om de capaciteit uit te breiden in de toekomst. Mijn advies zou zijn; leg wel de aansluitingen aan maar dek de fronten bouwkundig af.”
3.4.5.
Die derde sterilisator heeft [eiseres] uiteindelijk niet afgenomen. Tussen partijen staat evenwel vast dat de drie sterilisatoren aansluiten bij de maximale beoogde capaciteit van [eiseres] (70 netten/15 kamers). Dit komt ook overeen met de huidige cijfers, [eiseres] draait naar eigen zeggen nu namelijk 45 netten per dag met twee sterilisatoren.
3.4.6.
Hoewel uit de verklaring van [B] (voormalig [functie] Getinge ) [3] volgt dat tussen partijen ook is gesproken over de mogelijkheid om voor externe partijen te steriliseren (de rechtbank begrijpt: andere praktijken binnen de [onderneming 1] groep), volgt uit de stukken niet dat in dat kader concrete aantallen zijn genoemd door [eiseres] . De rechtbank is van oordeel dat dit wel primair op haar weg had gelegen, aangezien dit een operationele keuze is. [eiseres] wist of kon bovendien weten welke capaciteit de sterilisatoren hadden op basis van de ter beschikking gestelde documentatie. [eiseres] heeft namelijk vooraf de ingevulde productspecificaties en bijbehorende brochures van de HS33-sterilisatoren en de wasmachines ontvangen. [4] Uit die specificatie volgt dat de sterilisator een capaciteit heeft van 1 STE (sterilisatie eenheid, een standaardmaat). Hoeveel cycli per dag konden worden gedraaid, had [eiseres] op basis van de sterilisatietijd en de praktische ervaring van haar sterilisatie medewerksters ook kunnen berekenen. [eiseres] heeft vervolgens zelf besloten om twee sterilisatoren af te nemen.
3.4.7.
Het voorgaande betekent naar het oordeel van de rechtbank dat [eiseres] heeft gekregen wat zij mocht verwachten: twee sterilisatoren met een capaciteit van 1 STE en de mogelijkheid van een derde sterilisator, passend bij een maximale capaciteit van 70 netten/15 kamers. Van een tekortkoming is dus geen sprake.
Storingen leveren geen tekortkoming op (verwijt 2)
3.4.8.
[eiseres] verwijt Getinge daarnaast dat de sterilisatoren abnormaal veel storingen, gebreken en andersoortige tekortkomingen vertonen. De rechtbank stelt voorop dat de sterilisatoren storingsgevoelige apparaten zijn. Met Getinge is zij van oordeel dat het in ieder geval niet redelijk is te verwachten dat er helemaal geen storingen zijn. Vervolgens is de vraag hoeveel storingen [eiseres] wel mocht verwachten.
3.4.9.
[eiseres] heeft een lijst van storingen, fouten, gebreken en andersoortige tekortkomingen opgesteld en in het geding gebracht. [5] Getinge meent dat deze lijst een vertekend beeld geeft, omdat de lijst naast storingen ook melding maakt van monteursbezoeken, het moment dat de storing is afgehandeld en omstandigheden die niet aan de sterilisatoren of de bijbehorende randapparatuur te wijten zijn, zoals stroomuitval. Daarnaast maakte [eiseres] volgens Getinge vaker op één dag melding van dezelfde storing, waardoor de gebrekenlijst hoger uitvalt.
3.4.10.
Op dit moment draaien de machines volgens Getinge bovendien zonder noemenswaardige problemen: slechts in 1,3% van de in totaal meer dan 1.500 cycli per sterilisator in de periode van maart 2024 – maart 2025 was de sterilisatie onsuccesvol. [6] [eiseres] heeft zich tijdens de mondelinge behandeling weliswaar op het standpunt gesteld dat dit percentage 8,3% zou moeten zijn, maar hier gaat de rechtbank niet in mee. [eiseres] heeft zich – zo begrijpt de rechtbank – voor die berekening namelijk gebaseerd op het aantal “messages”, maar dit is volgens Getinge een onjuist uitganspunt. Een message is volgens Getinge namelijk niet hetzelfde als een storing. Zo kan een message ook een melding zijn van bijvoorbeeld een open deur. Met Getinge is de rechtbank van oordeel dat niet het aantal messages, maar het aantal onsuccesvolle sterilisaties als uitgangspunt moet worden genomen. De rechtbank gaat dus uit van een percentage van 1,3%.
3.4.11.
Hier komt bij dat [eiseres] bij Getinge ook een “all-in-servicecontract” had kunnen afsluiten. In dat geval was niet alleen het jaarlijks onderhoud verzekerd, maar ook alle storingen. Als onweersproken staat vast dat veruit het grootste deel van de klanten van Getinge een dergelijk contract voor de levensduur van een apparaat afsluit. Een preventief servicecontract voor onderhoud en de jaarlijkse validatie bedraagt ongeveer € 22.000,00 per jaar. Als [eiseres] dit voor de afgelopen vijf jaar had gedaan, was zij een bedrag van € 112.000,00 aan onderhoud kwijt geweest. In plaats hiervan heeft [eiseres] in totaal ongeveer € 60.000,00 aan onderhoud uitgegeven over de afgelopen vijf jaar. Dat is iets meer dan de helft van het bedrag dat zij kwijt was geweest aan een servicecontract.
3.4.12.
Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat de sterilisatoren zodanig veel storingen geven dat zij non-conform zijn. Alle vorderingen op grond van de gestelde tekortkoming in de nakoming moeten dus worden afgewezen.
Geen onrechtmatige daad
3.5.
De rechtbank begrijpt de subsidiaire verwijten van [eiseres] zo dat zij Getinge enerzijds verwijt dat Getinge onrechtmatig gehandeld heeft door een onjuist advies te geven (verwijt 1) en anderzijds dat Getinge inadequaat heeft gereageerd op storingen (verwijt 2).
Geen onrechtmatige daad samenhangend met advisering (verwijt 1)
3.5.1.
Het gestelde onrechtmatige handelen in verband met het gegeven advies is er volgens [eiseres] in gelegen dat Getinge haar in strijd met haar wettelijke verplichtingen als opdrachtnemer in de zin van art. 7:400 BW Pro onjuist heeft geadviseerd. De rechtbank gaat hier niet in mee. Zoals eerder overwogen, is er naar het oordeel van de rechtbank namelijk geen sprake van een overeenkomst van opdracht tot het geven van advies tussen [eiseres] en Getinge . Omdat er geen adviesovereenkomst bestond, ontbreekt ook de zorgvuldigheidsnorm die Getinge volgens [eiseres] zou hebben geschonden. Van onrechtmatig handelen is dan ook geen sprake.
Geen onrechtmatige daad samenhangend met inadequaat handelen (verwijt 2)
3.5.2.
Het tweede verwijt ziet op het inadequaat reageren bij storingen door Getinge . Ook dit is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan. Nadat [eiseres] besloot de sterilisatoren en bijbehorende apparatuur aan te schaffen, heeft [eiseres] – zoals hiervoor ook aan de orde is gekomen – zelf nooit een serviceovereenkomst gesloten met Getinge . De service werd verleend op basis van losse opdrachten. Uit het storingenoverzicht volgt dat steeds binnen enkele dagen storingen werden opgelost en storingen na telefonisch overleg veelal door [eiseres] zelf konden worden opgelost. [7] Bij alle storingen is door [eiseres] bovendien getekend dat de storingen naar tevredenheid zijn opgelost. [8] Dat Getinge in dit kader onrechtmatig heeft gehandeld, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet komen vast te staan.
3.6.
Het voorgaande betekent dat ook het gestelde onrechtmatige handelen van Getinge niet is komen vast te staan. De hierop gebaseerde vorderingen dienen dus te worden afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten in conventie betalen
3.7.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Getinge worden begroot op:
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
Totaal
12.045,00
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
[eiseres] moet de openstaande onderhoudsfacturen betalen
3.9.
Getinge vordert in reconventie betaling van de openstaande onderhoudsfacturen. De rechtbank stelt voorop dat als onweersproken vaststaat dat Getinge sinds 2021 geen betalingen meer heeft ontvangen voor verricht onderhoud aan de sterilisatoren en bijbehorende apparatuur. Dat deze werkzaamheden verricht zijn, is tussen partijen niet in geschil.
3.10.
[eiseres] stelt dat deze kosten voor rekening van Getinge komen, omdat ze enkel zien op reparatie-, herstel- en/of storingswerkzaamheden die het gevolg zijn van de non-conformiteit en dus niet-nakoming door Getinge zelf. Hier gaat de rechtbank, gelet op hetgeen in conventie is overwogen, niet in mee. De grondslag voor de betalingsverplichting is gelegen in de opdracht die [eiseres] aan Getinge verstrekte tot het verrichten van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden (artikel 7:400 BW Pro). De hoogte van de facturen is daarnaast niet betwist. Wel heeft Getinge erkend dat vijf van de in haar opgestelde lijst van openstaande facturen niet zijn verzonden. [9] Ook hier geldt dat [eiseres] niet betwist dat de werkzaamheden zijn verricht. Dit betekent dat [eiseres] alle openstaande facturen moet betalen. Deze bedragen in totaal € 61.955,02.
3.11.
Getinge vordert de wettelijke handelsrente over de openstaande facturen, telkens vanaf de vervaldatum van de betreffende factuur. De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente is door [eiseres] niet als zodanig betwist. De rechtbank zal deze dan ook toewijzen, met uitzondering van de gevorderde wettelijke handelsrente over de vijf niet verzonden facturen. De wettelijke rente hierover is verschuldigd vanaf de datum van de dagvaarding.
[eiseres] moet de proceskosten in reconventie betalen
3.12.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. In verband met de samenhang tussen de conventie en de reconventie, berekent de rechtbank een half punt per proceshandeling. De proceskosten van Getinge worden begroot op:
- salaris advocaat
1.362,00
(1 punt × € 2.714,00 x 0,5)
Totaal
1.362,00
3.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In conventie en in reconventie
[eiseres] moet de nakosten betalen
3.14.
Omdat [eiseres] in conventie en in reconventie de proceskosten moeten betalen,
wordt zij ook veroordeeld tot betaling van de nakosten in conventie en reconventie. Die
kosten worden vastgesteld op € 278,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

4.De beslissing

De rechtbank
in conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 12.223,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
in reconventie
4.3.
verklaart voor recht dat [eiseres] gehouden is aan Getinge de facturen ten behoeve van onderhoud aan de sterilisatoren en aanverwante apparatuur te voldoen voor het onderhoud verricht vanaf 1 januari 2023 vanaf de vervaltermijn zoals vermeld op iedere factuur,
4.4.
stelt de hoogte hiervan vast op een bedrag van € 61.955,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldatum van elk van de afzonderlijke fracturen (met uitzondering van de facturen met factuurnummers 3239088538, 3239089111, 3239089393, 323903197 en 3239094243, waarover vanaf de datum van de dagvaarding wettelijke handelsrente verschuldigd is) tot aan de dag van de algehele voldoening,
4.5.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.362,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
in conventie en in reconventie
4.6.
veroordeelt [eiseres] in de nakosten van € 278,00, te betalen binnen veertien dagen na betekening. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
4.7.
verklaart dit vonnis wat betreft 4.2, 4.3, 4.4, 4.5 en 4.6 uitvoerbaar bij voorraad,
4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
EB5791

Voetnoten

1.Productie 1 [eiseres] .
2.Productie 1 [eiseres] .
3.Productie 4 Getinge .
4.Productie 2 en 10A [eiseres] .
5.Productie 7 [eiseres] .
6.Productie 22 Getinge .
7.Productie 7 [eiseres] .
8.Productie 16 Getinge .
9.Productie 25 en 30 Getinge (facturen met factuurnummers 3239088538, 3239089111, 3239089393, 323903197 en 3239094243).