Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
4.De beslissing
4 maart 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
De netbeheerder vordert een schadevergoeding van €7.658,85 van de eigenaar van een pand voor energie die zonder contract werd geleverd tussen 6 december 2023 en 19 juni 2024. De eigenaar betwist de vordering en stelt dat hij het pand pas later is gaan bewonen en toen een energiecontract heeft afgesloten.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro de consument niet hoeft te betalen voor ongevraagde energielevering. De netbeheerder heeft onvoldoende gesteld dat de eigenaar de levering in de periode zonder contract heeft gewild. Het enkele feit dat de eigenaar later een contract sloot en dat de oorspronkelijke leverancier de overeenkomst beëindigde, is onvoldoende om aan te nemen dat de levering gewild was.
Daarom wordt de schadevordering en de daarmee samenhangende rente en kosten afgewezen. De netbeheerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de eigenaar. Het vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en op 4 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De schadevordering van de netbeheerder wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de eigenaar de ongevraagde energielevering heeft gewild.