ECLI:NL:RBMNE:2026:988

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11717746 \ UC EXPL 25-4642
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:212 BWArt. 7:7 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevordering netbeheerder wegens ongevraagde energielevering zonder contract

De netbeheerder vordert een schadevergoeding van €7.658,85 van de eigenaar van een pand voor energie die zonder contract werd geleverd tussen 6 december 2023 en 19 juni 2024. De eigenaar betwist de vordering en stelt dat hij het pand pas later is gaan bewonen en toen een energiecontract heeft afgesloten.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro de consument niet hoeft te betalen voor ongevraagde energielevering. De netbeheerder heeft onvoldoende gesteld dat de eigenaar de levering in de periode zonder contract heeft gewild. Het enkele feit dat de eigenaar later een contract sloot en dat de oorspronkelijke leverancier de overeenkomst beëindigde, is onvoldoende om aan te nemen dat de levering gewild was.

Daarom wordt de schadevordering en de daarmee samenhangende rente en kosten afgewezen. De netbeheerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de eigenaar. Het vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en op 4 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De schadevordering van de netbeheerder wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de eigenaar de ongevraagde energielevering heeft gewild.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11717746 \ UC EXPL 25-4642
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
de heer [gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.W. Adriaansens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
­ de dagvaarding met producties 1 t/m 4;
­ de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
­ de conclusie van repliek met producties 5 en 6;
­ de akte van [eiseres] met productie 7;
­ de conclusie van dupliek met producties 3 en 4;
­ de akte van [eiseres] met een reactie naar aanleiding van producties 3 en 4 van [gedaagde] .
1.2.
Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
De netbeheerder [eiseres] wil dat [gedaagde] een schadevergoeding van € 7.658,85, plus wettelijke rente en kosten, aan haar betaalt. Voor een pand aan het adres [adres] in [plaats] is in de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024 energie afgenomen via het netwerk van [eiseres] , zonder dat daarvoor een contract was met een energieleverancier. Dat betekent dat [eiseres] als netbeheerder wel kosten heeft gemaakt, maar geen inkomsten heeft ontvangen voor de afgenomen energie. De schade die ze daardoor heeft geleden, wil ze verhalen op [gedaagde] , de eigenaar van het pand. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Hoewel hij in oktober 2023 eigenaar is geworden van het pand, is hij het pand pas later gaan bewonen. Sinds bewoning heeft hij een energiecontract met een energieleverancier.
2.2.
Omdat [gedaagde] een consument is, moet [eiseres] duidelijk maken dat [gedaagde] de energie die aan het pand is geleverd in de periode zonder energiecontract, gewild heeft. De kantonrechter oordeelt dat dit [eiseres] niet is gelukt. Dit wordt hierna uitgelegd.

3.De beoordeling

Artikel 7:7 BW Pro beschermt de consument bij ongevraagde levering van energie
3.1.
[eiseres] beroept zich op een verplichting van [gedaagde] om haar schade te vergoeden voor de energie die via haar netwerk aan zijn pand is geleverd, in de periode dat [gedaagde] geen energiecontract had voor de levering. Dit betekent dat zij de feiten moet stellen waaruit volgt dat [gedaagde] de levering van de energie voor zijn pand in de betreffende periode heeft willen ontvangen. Dat gaat over de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024.
3.2.
Dat moet [eiseres] doen, omdat in artikel 7:7 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat er geen betalingsverplichting voor de consument ontstaat bij een ongevraagde levering van (onder andere) gas en elektriciteit. Ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling. Wanneer de consument ongevraagd energie geleverd krijgt, mag de consument de energie behouden zonder daarvoor te moeten betalen.
Het is [eiseres] niet gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering heeft gewild
3.3.
[eiseres] heeft gewezen op de omstandigheden dat:
1. een energieleverancier – en niet [gedaagde] – de oorspronkelijke overeenkomst tot levering van energie op 6 december 2023 heeft beëindigd, en
2. [gedaagde] in juni 2024 een overeenkomst heeft gesloten met een energieleverancier.
3.4.
Maar, anders dan [eiseres] betoogt, zijn dit geen handelingen of mededelingen waarvan je kunt zeggen dat [gedaagde] in de periode zonder energiecontract energie wilde blijven ontvangen. In artikel 7:7 lid 2 BW Pro is namelijk te lezen dat het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering, niet als een aanvaarding van de ongevraagde levering kan worden aangemerkt. In de memorie van toelichting bij dit wetsartikel (Kamerstukken II 2012/13, 33520, nr. 3, p. 58) wordt hierbij uitgelegd dat bij een verhuizing de nieuwe bewoner uitdrukkelijk moet aangeven dat hij de levering van gas en elektriciteit wil, bijvoorbeeld door:
- overname van het oude energiecontract, of
- een mededeling te doen (aan een energieleverancier) dat hij energie geleverd wil krijgen.
3.5.
In de situatie van [gedaagde] is hij de nieuwe bewoner na koop. [gedaagde] heeft uitgelegd dat hij, hoewel hij in oktober 2023 eigenaar van het pand werd, het pand pas later is gaan bewonen en dat hij toen een energiecontract heeft afgesloten. Gelet op het voorbeeld uit de memorie van toelichting is het dan nodig dat [eiseres] feiten stelt waaruit volgt dat [gedaagde] voor de periode zonder energiecontract uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij energie wilde ontvangen. Die feiten of omstandigheden heeft [eiseres] niet gesteld.
3.6.
De stellingen van [gedaagde] met betrekking tot de heer [A] en mevrouw [B] worden daarbij buiten beschouwing gelaten, want [eiseres] heeft zelf aangevoerd dat zij niet aan de [adres] woonden.
3.7.
Omdat het [eiseres] niet is gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering van energie in de betreffende periode heeft gewild, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] ongevraagd energie heeft ontvangen. In dat geval bestaat er voor die geleverde energie geen betalingsverplichting voor [gedaagde] , ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Om deze reden wordt de schadevordering van [eiseres] afgewezen.
De andere vorderingen van [eiseres] worden ook afgewezen
3.8.
De andere vorderingen van [eiseres] , te weten de wettelijke rente over de schadevordering en de buitengerechtelijke kosten van € 757,94, zijn verbonden aan de schadevordering. Omdat deze schadevordering wordt afgewezen, is er geen reden om de andere vorderingen toe te wijzen. Daarom worden deze ook afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.9.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2026.
8195