Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €193.161,98 voor sanerings- en sloopwerkzaamheden uitgevoerd op grond die door gedaagden is gekocht van een derde partij, [bedrijf]. Gedaagden verzoeken in een incident om deze derde partij in vrijwaring op te roepen, stellende dat deze partij verantwoordelijk is voor het bouwrijp maken van de locatie, inclusief sanering.
De rechtbank beoordeelt dat voor oproeping in vrijwaring vereist is dat uit de stellingen van gedaagden blijkt dat de derde partij krachtens haar rechtsverhouding verplicht is de nadelige gevolgen van een verlies in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen. Hoewel de rechtsverhouding nog niet definitief vaststaat, is voldoende onderbouwd dat deze verplichting bestaat.
De rechtbank staat daarom toe dat [bedrijf] wordt gedagvaard om op de vordering tot vrijwaring te antwoorden en de procedure voort te zetten. De kosten van het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt aangehouden tot de volgende zitting op 1 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat de derde partij in vrijwaring wordt opgeroepen en houdt de hoofdzaak aan tot 1 april 2026.