Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 24 september 2025 met bijlagen 1 tot en met 7.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak heeft eiser zijn voetbalschool verkocht aan gedaagde en een derde partij voor €10.000, waarvan €5.000 reeds was betaald. Eiser vorderde betaling van het resterende bedrag, terwijl gedaagde stelde dat sprake was van dwaling en vorderde terugbetaling van de aanbetaling.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen door aanbod en aanvaarding, onder meer bevestigd door gedragingen en communicatie tussen partijen. Echter, de hoofdregel van hoofdelijke aansprakelijkheid werd niet aangenomen, waardoor eiser niet het volledige bedrag van gedaagde kon vorderen.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde terecht een beroep deed op dwaling, omdat hij onjuist was geïnformeerd over het klantenbestand en de kosten van veldenhuur. Deze onjuiste voorstelling van zaken was doorslaggevend voor het sluiten van de overeenkomst. Daarom werd de overeenkomst door gedaagde buitengerechtelijk vernietigd en moest eiser de aanbetaling terugbetalen.
Een schadevergoeding wegens imagoschade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Eiser werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde, die in persoon procedeerde. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De overeenkomst is vernietigd wegens dwaling en eiser moet de aanbetaling van €5.000 terugbetalen aan gedaagde.