Uitspraak
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De beoordeling
zoals: “af en toe te snel met woord/gebaar. Hierdoor soms irritaties waardoor samenwerking bemoeilijkt wordt. Je hoeft geen vrienden te zijn maar moet wel zakelijk tot bepaald resultaat komen. Goed blijven omgaan met mensen/samenwerken”)lijkt dit niet te gaan. Evenmin is op een indringende wijze duidelijk gemaakt aan [verweerster] dat zij zich als leidinggevende een andere stijl moet aanmeten. Dat staat haaks op de wijze waarop [verzoekster] in deze procedure het “gedrag” van [verweerster] , wat zou bestaan uit een duurzaam patroon dat consequent tot zorg heeft geleid bij [verzoekster] , presenteert.
Als het zo is dat er meerdere werknemers zijn vertrokken door toedoen van [verweerster] , dan had het op zijn minst op de weg gelegen van [verzoekster] om [verweerster] daar mee te confronteren en met haar het gesprek aan te gaan wat voor gevolgen daar aan verbonden moeten worden dan wel hoe dit in de toekomst voorkomen zou kunnen worden. Datzelfde geldt voor oud werknemers die zouden hebben aangegeven, vanwege [verweerster] niet meer terug te willen komen bij [verzoekster] . Dit is echter helemaal niet besproken met [verweerster] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft [B] hierover gezegd dat hij vanwege de bescherming van de desbetreffende (oud)werknemers dit niet heeft besproken met [verweerster] , maar dit mag van een goed werkgever (ook vanuit haar zorgplicht) wel worden verwacht.
De kantonrechter vindt dat [verzoekster] als werkgever in een situatie waarin kennelijk herhaaldelijk signalen zijn ontvangen over zorgwekkend handelen van [verweerster] , heeft nagelaten daar op adequate wijze op te reageren richting [verweerster] .
- Mevrouw [verweerster] zelf constateert terecht dat de Rapportage van Bevindingen aanzienlijk meer kritische dan neutrale of positieve opmerkingen over haar handelen als manager bevat. De verklaring daarvoor is dat een grote meerderheid van de gehoorde personen zich genuanceerd kritisch tot zeer kritisch over haar heeft uitgelaten en daarom concludeert dat doorgaan zoals nu kan niet langer.
- De kritiek op het handelen van mevrouw [verweerster] kent een aantal dimensies:
- Haar confronterende en overmatig stevige stijl van feedback en leiding geven zou voortkomen uit de omgangsvormen en management stijl die onderdeel waren van de cultuur van het oude [verzoekster] maar niet meer passen bij het nieuwe [verzoekster] . Mevrouw [verweerster] zou zich niet aan die nieuwe cultuur kunnen of willen aanpassen.
- Zij zou beschikken over onvoldoende vermogen tot zelfinzicht en niet in staat zijn om te gaan met kritische vragen of feedback. Haar stijl van omgaan met kritiek zou zijn om onmiddellijk in de aanval te gaan.
- Zij zou niet beschikken over de managerial competenties en de inhoudelijke kennis die nodig zijn voor haar huidige functie. Om dat gemis te compenseren zou zij zich een intimiderende en controlerende stijl van leidinggeven en communiceren hebben aangemeten en haar team afschermen van invloeden van buiten en in de cc' van alle in- en uitgaande mails willen worden opgenomen.
- Mevrouw [verweerster] zelf meent dat er met haar en niet over haar gepraat moet worden.
- Enkele respondenten opperen coaching voor mevrouw [verweerster] , maar zij die dat doen
Diverse respondenten stellen in verschillende toonaarden dat de tijd van praten en coaching voorbij is. Doorgaan met haar is kansloos zegt er één. Anderen laten zich genuanceerder uit, maar met hetzelfde eindresultaat. Een persoon hoopt dat mevrouw [verweerster] de eer aan zichzelf houdt en zo door de voordeur de organisatie kan verlaten.
Als bron van sociale onveiligheid wordt niet alleen gewezen op het functioneren van personen zoals mevrouw [verweerster] maar ook wel op de volgens sommige gebrekkige kwaliteit van de organisatie. Zo wordt onder andere in een aantal gesprekken gewezen op de als diffuus ervaren strategie en de voortdurende veranderingen van het organogram en de daarmee gepaard gaande veranderingen in de samenstelling van het MT.”
Ook is [verweerster] niet door [verzoekster] geconfronteerd met de, volgens [verzoekster] , alsmaar toenemende signalen in 2025 over haar gedrag, maar is zij zonder daarover in gesprek te gaan met [verweerster] of haar een officiële waarschuwing te geven, een onderzoek gestart. Evenmin is aan [verweerster] een coachingstraject aangeboden, terwijl [verweerster] in een e-mail van 18 juni 2025 en ook tijdens de mondelinge behandeling wel duidelijk heeft gemaakt open te staan voor een dergelijk traject. Door dit na te laten heeft [verzoekster] de kans aan [verweerster] ontnomen om haar leiderschapsstijl aan te passen. Dit komt ook naar voren uit het rapport van [bedrijf] , waarin door meerdere respondenten is gewezen op het gebrek aan leiderschap bij de directeuren die leiding geven of hebben gegeven aan [verweerster] en het langdurig tolereren van leiderschapsstijlen uit de beginperiode van [verzoekster] . Daarover is onder meer gezegd door één of meerdere respondenten: “
Bij [verzoekster] ontbreekt het aan een leider die mevrouw [verweerster] ondersteunt en begeleidt.” en ook:
“Er zijn meer managers die niet op de goede plek zitten, dat is deels te verklaren vanuit de historie. Vanwege de snelle groei zijn sommige leidinggevenden met het bedrijf meegegroeid zonder dat hun stijl of vaardigheden zijn mee ontwikkeld. De manier van leidinggeven uit die tijd past niet langer bij de huidige organisatiebehoeften.”Ook komen uit het onderzoeksrapport andere factoren (zoals vele wisselingen in bestuur/management) naar voren die mede bijdragen aan de door een deel van de werknemers ervaren onveilige werksituatie (waarvoor wordt verwezen naar het hiervoor onder 3.11 overwogene).
4.De beslissing
€ 1.298,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,