Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vorderingen benadeelde partijen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
EEN (1) MAAND, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op een jaar (1) bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
HONDERDTACHTIG (180) URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
negentig (90) dagenhechtenis;
[slachtoffer 2]geleden schade voor wat betreft de materiële schade tot een bedrag van € 149,- en de immateriële schade tot een bedrag ad € 300,-;
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 738,40, bestaande uit € 438,40 voor de materiële en
€ 300,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 738,40, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
veertien (14) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft de materiële schade tot een bedrag van € 5.661,04;
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.653,67, bestaande uit € 1903,67 voor de materiële en
€ 1750,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.653,67, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
zesenveertig (46) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;