Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil en standpunten van partijen
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep van eiser met betrekking tot de navorderingsaanslag ib/pvv 2007 (12/4758) ongegrond;
- verklaart de overige beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, de navorderingsaanslagen en de heffingsrentebeschikkingen met betrekking tot eiseres;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de aan eiser opgelegde aanslag ib/pvv 2008;
- vermindert de aan eiser opgelegde aanslag ib/pvv 2008 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 303.832, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 138.576 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 15.611, en vermindert de daarop betrekking hebbende heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de beschikking vaststelling verkrijgingsprijs;
- stelt de beschikking vaststelling verkrijgingsprijs vast naar een bedrag van € 396.312;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 310 vergoedt;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van in totaal € 84 vergoedt.