Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Bewijs
- de krachtsinwerking (door het naar voren bewegen ten tijde van de botsing) zoals beschreven in het technisch onderzoek naar de botsing bevindt zich hoogstwaarschijnlijk niet in de hiervoor benodigde grootteorde,
- de krachtsinwerking (door ‘terugveren’ na optreden van de krachtsinwerking door de botsing) zoals beschreven in het technisch onderzoek naar de botsing bevindt zich niet in de hiervoor benodigde grootteorde.
- Scenario 1: ten tijde van de botsing heeft [slachtoffer] zichzelf in de borst gestoken dan wel [slachtoffer] hield het mes vast en door krachtsinwerkingen door de botsing is het mes in het lichaam van [slachtoffer] gekomen.
- Scenario 2: verdachte heeft [slachtoffer] in de borst gestoken terwijl beide aanwezig waren in het voertuig.
- Scenario 3: verdachte heeft [slachtoffer] in de borst gestoken terwijl beide niet (meer) aanwezig waren in het voertuig, doch verder op een oprit.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
Oordeel van de rechtbank
8.Vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
7 (zeven) jaar.
[benadeelde partij 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 384,00 (zegge: driehonderdvierentachtig euro), bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 oktober 2012 der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 1]voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
zeven (7) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in de vordering.
[benadeelde partij 3]niet-ontvankelijk in de vordering.
14 november 2013.