ECLI:NL:RBNHO:2013:11152
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens geestestoornis en onderzoek naar passende plaatsing verdachte
Verdachte wordt beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder poging tot zware mishandeling met een voertuig, rijden zonder rijbewijs en diefstal van een taxi. Tijdens de zitting is een psychiater gehoord die concludeert dat verdachte lijdt aan een ernstige geestesstoornis, amnesie van psychogene aard, waardoor hij de vervolging niet begrijpt en zich niet kan verdedigen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte door zijn ziektebeeld en beperkte levensverwachting niet in staat is de strekking van de vervolging te begrijpen, waardoor schorsing van de vervolging noodzakelijk is. Tegelijkertijd blijft de voorlopige hechtenis van kracht vanwege het recidivegevaar en de ernst van de feiten.
Er wordt een tweezijdig onderzoek bevolen: de officier van justitie onderzoekt plaatsing op grond van de Wet Bopz, terwijl de reclassering onderzoekt of plaatsing in een instelling zoals De Blinkert mogelijk is. De zaak wordt binnen twee maanden opnieuw behandeld om de voorlopige hechtenis en plaatsingsmogelijkheden te beoordelen.
De rechtbank benadrukt het belang van een passende en veilige plaatsing voor verdachte, rekening houdend met zijn geestelijke en lichamelijke toestand en de veiligheid van de maatschappij. De vervolging wordt geschorst, maar de voorlopige hechtenis blijft gehandhaafd tot nader order.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt geschorst vanwege zijn geestestoornis, terwijl de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft en onderzoek naar passende plaatsing wordt bevolen.