Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[naam eiser sub 1] en
[naam eiser sub 2],
1.[naam gedaagde sub 1] en
[naam gedaagde sub 2],
“aan de onderkant van de zuidkant hol en richt zich op en vormt daarna een eigen kroon met een gebroken tak aan de slootkant, de boom heeft nabij de holte veel reactiehout aangemaakt en zich verstevigd, tak- en bladbezetting is goed – groeikracht is goed.”
over eens anders erf heenhangen” van beplantingen. Dat impliceert (i) dat niet alleen ten aanzien van overhangende takken maar ook ten aanzien van elk ander over de erfscheiding hangend gedeelte van een boom (bijv. de bovenstam of een deel daarvan) een verwijderingsrecht bestaat en (ii) dat de wet op zichzelf niet eist dat de overhangende gedeelten hinder toebrengen aan degene over wiens erf zij heenhangen. Het verwijderingsrecht verjaart niet.