De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van een stichting tegen de intrekking van haar ANBI-status door de Belastingdienst. De stichting heeft een ideële doelstelling die vergelijkbaar is met die van een levensbeschouwelijke en/of spirituele instelling en richt zich op bewustwording en verspreiding van een boodschap gericht op een wereld zonder honger en met gedeelde hulpbronnen.
De rechtbank oordeelde dat de stichting voldoet aan de kwalitatieve eis, omdat uit haar statuten en feitelijke werkzaamheden blijkt dat zij rechtstreeks het algemeen belang beoogt. Tevens is vastgesteld dat de stichting met haar activiteiten meer dan 90% het algemeen belang dient, ondanks het vragen van vergoedingen voor boeken en deelnamekosten voor meditatieweekenden, die niet commercieel zijn.
De rechtbank verwierp de stelling van de Belastingdienst dat de activiteiten een particulier belang dienen en concludeerde dat de persoonlijke ontwikkeling van deelnemers een bijkomstig effect is. Het beroep werd gegrond verklaard, de intrekking van de ANBI-status vernietigd, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten.