Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
FORBO SIEGLING GMBH,
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
“Beratervertrag”.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak stond centraal de vraag of de overeenkomst tussen eiser en Forbo als een arbeidsovereenkomst moest worden beschouwd. Eiser stelde zich op het standpunt dat sprake was van een arbeidsovereenkomst, mede op grond van het rechtsvermoeden uit artikel 7:610a BW, en vorderde loon, vakantiegeld, werkgeversbijdragen en provisie.
De rechtbank stelde vast dat partijen bij aanvang geen arbeidsverhouding voor ogen hadden en dat dit ook uit de schriftelijke overeenkomst en het businessvoorstel van eiser bleek. De rechtbank oordeelde dat de wijze van uitvoering onvoldoende aanwijzingen gaf voor een omzetting in een arbeidsovereenkomst, mede omdat eiser facturen bleef sturen en pas na beëindiging aanspraak maakte op loon en werkgeversbijdragen.
Ten aanzien van de provisie stelde eiser dat deze berekend moest worden over de gehele contractperiode inclusief verlengingen, maar de rechtbank volgde Forbo in de uitleg dat de provisie jaarlijks werd berekend en uitbetaald. Hierdoor faalden ook de vorderingen tot betaling van provisie.
De rechtbank wees alle vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en oordeelt dat geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen partijen.