ECLI:NL:RBNHO:2013:11948

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 november 2013
Publicatiedatum
12 december 2013
Zaaknummer
HAA 13/3338
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.C. Terwiel-Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering omgevingsvergunning voor brede dakkapel wegens strijd met bestemmingsplan en welstandseisen

Eiser verzocht om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een brede dakkapel aan de voorzijde van zijn woning aan de Van ’t Hoffstraat 198 te Haarlem. Verweerder weigerde deze vergunning omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand, onder meer omdat de dakkapel de flauwe kapvorm van het dak zou verbergen.

Verweerder baseerde zijn weigering mede op de Nota Dak, waarin wordt gesteld dat alleen bij een 'verrommeld' bouwblok -waar meer dan de helft van de woningen al brede dakkapellen heeft- medewerking wordt verleend. De woning van eiser maakt deel uit van een nog niet verrommeld bouwblok. Eiser stelde dat het criterium voor verrommeling het straatbeeld is en dat dit al verrommeld zou zijn, waardoor zijn aanvraag terecht zou moeten worden gehonoreerd.

De rechtbank oordeelde dat verweerder het begrip straatbeeld beperkter mag uitleggen en dat het beleid niet is gewijzigd door de Nota Dak. De uitleg van verweerder is niet onaanvaardbaar. Ook het feit dat eiser uitkijkt op grote dakkapellen aan de overzijde van de straat verandert dit niet. Het beroep van eiser faalt.

Daarnaast is het bouwplan voorgelegd aan de welstandscommissie, die negatief adviseerde vanwege de maat en schaal van de dakkapel. Eiser heeft geen gegronde bezwaren tegen dit advies gesteld. De rechtbank concludeert dat verweerder zich redelijk op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de brede dakkapel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 13/3338
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2011 in de zaak tussen

[eiser], te[woonplaats], eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,verweerder,
gemachtigde: drs. J.R. Hartmans, werkzaam bij de gemeente Haarlem.

Procesverloop

Bij besluit van 17 januari 2013 heeft verweerder geweigerd aan eiser een omgevings-vergunning te verlenen voor het bouwen van een dakkapel aan de voorzijde van de woning op het perceel [adres].
Het tegen dit besluit gerichte bezwaar van 16 februari 2013 heeft verweerder ongegrond verklaard bij op 10 juni 2013 verzonden besluit. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van de Commissie beroep- en bezwaarschriften (verder: de Commissie).
Tegen dit besluit heeft eiser op 20 juli 2013 beroep ingesteld.
Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2013. Eiser is ter zitting verschenen, vergezeld door M.R. van Haasteren. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Het bouwplan waarop de in rechte betwiste, geweigerde omgevingsvergunning betrekking heeft, betreft het bouwen van een dakkapel aan de voorzijde van de woning op het perceel [adres].
Verweerder heeft aan zijn besluit om het bouwplan niet te vergunnen twee weigeringsgronden ten grondslag heeft gelegd, namelijk de activiteit is in strijd met het bestemmingsplan en het uiterlijk van het bouwwerk is in strijd met redelijke eisen van welstand.
Niet is in geschil dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder heeft -zakelijk weergegeven- de omgevingsvergunning geweigerd omdat er tegen het bouwplan (onder meer) stedenbouwkundige bezwaren bestaan. Verweerder is van mening dat door de brede dakkapel die eiser wenst te bouwen (deze beslaat meer dan de helft van het dakvlak) de ‘flauwe’ kapvorm niet meer herkenbaar is en wil hierom geen omgevingsvergunning verlenen. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat uit de Nota Dak volgt dat alleen indien een bouwblok al is ‘verrommeld’ -hetgeen betekent dat meer dan de helft van de woningen van het bouwblok al is voorzien van een brede dakkapel- aan een bouwplan zoals eiser dat voorstaat, wordt meegewerkt. Het bouwblok waarvan de woning van eiser deel uitmaakt is nog niet ‘verrommeld’.
Eiser heeft -kort zakelijk weergegeven- aangevoerd dat verweerder de Nota Dak niet juist toepast. Voor het bepalen of sprake is van ‘verrommeling’ ingevolge de Nota Dak is niet het bouwblok bepalend, maar het straatbeeld. Nu er al meerdere woningen in de straat van eiser -waaronder meerdere woningen aan de overzijde van de straat ter hoogte van zijn woning- een dakkapel hebben van eenzelfde omvang als die eiser wenst, is het straatbeeld al ‘verrommeld’. Als verweerder het juiste criterium ‘straatbeeld’ toepast in plaats van het niet in de Nota Dak genoemde criterium ‘bouwblok’, dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat het straatbeeld al is ‘verrommeld’ en had verweerder de gevraagde omgevingsvergunning dienen te verlenen, aldus eiser.
Eiser kan worden toegegeven dat het verwarrend is. Zoals verweerder ter zitting heeft verklaard, is niet beoogd met de Nota Dak het beleid met betrekking tot dakkapellen te wijzigen. Verweerder legt het woord straatbeeld beperkter uit dan eiser. Verweerder wenst in straten als waar eiser woont ook uit stedenbouwkundige overwegingen niet mee te werken aan een dakkapel in een nog ‘niet verrommeld’ bouwblok. Deze uitleg is naar het oordeel van de rechtbank niet rechtens onaanvaardbaar. Het feit dat eiser vanuit zijn woning uitkijkt op (te) grote dakkapellen op het bouwblok aan de andere kant van de straat, maakt het vorenstaande niet anders. Het betoog dat het straatbeeld al is ‘verrommeld’, slaagt niet.
Blijkens het dossier heeft verweerder het bouwplan ter advisering voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit (hierna: de welstandscommissie). Deze welstandscommissie heeft negatief over het bouwplan geadviseerd omdat ‘de in het voordakvlak te plaatsen dakkapel qua maat en schaal niet past bij de woning en het voordakvlak.’ Eiser heeft niet gesteld dat het -op grond van de in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit neergelegde beoordelingskaders uitgebrachte- welstandsadvies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat verweerder het niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag had mogen leggen. Daaruit volgt dat er geen grond is voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de aangevraagde omgevingsvergunning voor een dakkapel in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verweerder terecht de omgevingsvergunning heeft geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en omdat het in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2013.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak door de griffier.