Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Overwegingen
nadatde kinderrechter uitspraak had gedaan. Reeds op deze grond dient verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek tot wraking.
Rechtbank Noord-Holland
Op 20 augustus 2013 behandelde de kinderrechter het verzoekschrift van Bureau Jeugdzorg Overijssel om het toezicht op een minderjarige over te dragen aan een andere stichting. Tijdens de zitting waren vertegenwoordigers van beide bureaus en de verzoekster met haar partner aanwezig. De kinderrechter wees het verzoek toe en verving Bureau Jeugdzorg Overijssel door Bureau Jeugdzorg Noord-Holland.
Verzoekster diende op 21 augustus 2013 schriftelijk een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter. Volgens artikel 37 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de wrakingsgronden bekend zijn, en wel vóór de einduitspraak. Omdat het verzoekschrift pas na de uitspraak werd ingediend, is het verzoek niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland verklaarde het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk en beval onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster en de kinderrechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak van de kinderrechter is ingediend.