Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2013:12970

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 november 2013
Publicatiedatum
3 januari 2014
Zaaknummer
C/14/125059/HA ZA 11-50
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54t lid 3 OnteigeningswetArt. 55 lid 3 OnteigeningswetArt. 50 OnteigeningswetArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis schadeloosstelling onteigening gemeente Hoorn aan verpachter en pachter

De rechtbank Noord-Holland heeft op 20 november 2013 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen de gemeente Hoorn als eiseres en een verpachter en twee pachters als gedaagden en interveniënten. De procedure betrof de vaststelling van schadeloosstelling na onteigening van onroerend goed.

Na een tussenvonnis en aanvullend deskundigenadvies is de schadeloosstelling vastgesteld op €342.500 voor de verpachter en €66.755 voor de pachters, waarbij reeds een voorschot was betaald. De rechtbank oordeelde dat de saneringskosten slechts een fractie van de werkelijke waarde uitmaken en derhalve niet in de prijs meegenomen worden door een redelijk handelend koper.

De verpachter wordt veroordeeld tot terugbetaling van het verschil tussen het voorschot en de vastgestelde schadeloosstelling, vermeerderd met wettelijke rente. De pachters ontvangen een aanvullende betaling met rentevergoeding conform deskundigenadvies. Tevens worden de proceskosten en kosten van deskundigen aan de zijde van de verpachter en pachters toegewezen aan de gemeente. Publicatie van een uittreksel van het vonnis wordt toegewezen.

Uitkomst: Schadeloosstelling vastgesteld, voorschotverschil terugbetaald en kosten en rente toegewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie
zaaknummer / rolnummer: C/14/126059 / HA ZA 11-50
Vonnis van 20 november 2013
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE HOORN,
zetelend te Hoorn,
eiseres,
advocaat mr. G.J.I.M. Seelen te Leiden,
tegen
GEDAAGDE,
wonende te Wieringerwerf,
gedaagde,
advocaat mr. H.P. Abma te Purmerend.
en
INTERVENIËNT SUB 1,
wonende te Westwoud, gemeente Drechterland,
INTERVENIËNT SUB 2,
wonende te Zwaag, gemeente Hoorn
interveniënten,
advocaat mr. K. Dankers te Utrecht (voorheen mr. H.A. van Basten).
Partijen zullen hierna de gemeente, [gedaagde] en[interveniënten]genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 21 november 2012
  • het aanvullend advies van deskundigen van 5 juli 2013.
1.2.
Ten slotte is vonnis gevraagd en bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank bepaald dat de deskundigen voor zover nu van belang een aanvullend advies dienen uit te brengen over de waarde van het onteigende waarbij zij in aanmerking dienen te nemen wat is overwogen in rechtsoverwegingen 2.6 tot en met 2.9 van dat tussenvonnis.
2.2.
De deskundigen hebben partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het ontwerp van het aanvullend advies. Naar aanleiding van de reacties van partijen hebben zij hun definitief aanvullend advies opgesteld en daarin met inachtneming van genoemde rechtsoverwegingen geadviseerd aan [gedaagde] aan schadeloosstelling toe te leggen:
- werkelijke waarde € 340.445,-
- bijkomende schade
€  2.000,-
Totaal (afgerond) € 342.500,-
2.3.
Partijen hebben het aanvullend advies niet weersproken. De rechtbank heeft geen aanleiding de juistheid van de aldus geadviseerde schadeloosstelling te betwijfelen en zal daarom de aan [gedaagde] toe te kennen schadeloosstelling vaststellen overeenkomstig het aanvullend advies. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat een redelijk handelend koper bij de vaststelling van de prijs die hij bereid is voor het onteigende te betalen geen rekening zal houden met de saneringskosten, die met € 8.551,80 ex btw slechts een fractie van de werkelijke waarde bedragen.
2.4.
Al het voorgaande, in samenhang bezien met wat in het tussenvonnis van 21 november 2012 is overwogen, leidt tot de slotsom dat aan [gedaagde] (verpachtster) toekomt ten titel van schadeloosstelling een bedrag van € 342.500,00 en aan[interveniënten](pachter) een bedrag van € 66.755,00, van welk laatste bedrag al € 25.298,10 als voorschot is betaald.
2.5.
Nu de aan [gedaagde] toe te leggen schadeloosstelling het reeds door de gemeente aan [gedaagde] betaalde voorschot overtreft, zal [gedaagde] ingevolge artikel 54t lid 3 Onteigeningswet (Ow) worden veroordeeld tot terugbetaling aan de gemeente van het verschil tussen die beide bedragen zijnde een bedrag van:
voorschot € 368.529,30
schadeloosstelling
€ 342.500,00
verschil €   26.029,30
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis.
2.6.
De schade die[interveniënten]lijden omdat zij niet reeds in de periode tussen de onteigening en het eindvonnis over de gehele schadeloosstelling heeft kunnen beschikken zal conform het advies van de deskundigen worden bepaald op een percentage van 3 % op jaarbasis van het verschil, waarbij acht zal worden geslagen op het voortgezet gebruik om niet. Ingevolge artikel 55 lid 3 Ow Pro zal de wettelijke rente eveneens worden toegewezen vanaf de datum van het vonnis waarbij de schadeloosstelling wordt vastgesteld, dus vanaf heden.
Kosten deskundige bijstand
2.7.
De gemeente zal overeenkomstig artikel 50 Ow Pro worden veroordeeld in de (werkelijke) kosten van rechtsbijstand en van bijstand door andere deskundigen aan de zijde van [gedaagde] en[interveniënten]De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden overeenkomstig haar eigen verzoek vastgesteld op het liquidatietarief, te weten € 13.000,00. De kosten aan de zijde van[interveniënten]bedragen onweersproken € 9.751,42. Het door [gedaagde] verschuldigde griffierecht dat gelet op het hierna vast te stellen bedrag aan schadeloosstelling € 1.414,00 bedraagt komt eveneens voor vergoeding in aanmerking en zal hierna afzonderlijk worden vermeld.
2.8.
De gemeente zal tevens de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen dienen te voldoen. Bij brief van 2 augustus 2013 heeft de voorzitter van de deskundigen de rechtbank bericht dat de einddeclaratie van deskundigen wordt begroot op € 37.859,11 en dat hij een kopie van zijn brief en van de specificatie aan de advocaat van de gemeente heeft gezonden. De rechtbank acht dit bedrag, waartegen door de de gemeente geen bezwaar is gemaakt, niet bovenmatig en zal de gemeente veroordelen genoemd bedrag te betalen.
2.9.
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 54 Ow Pro zal de rechtbank een nieuwsblad aanwijzen voor publicatie van een uittreksel van dit vonnis.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt de schade die [gedaagde] als gevolg van de onteigening lijdt op € 342.500,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan de gemeente het voorschot op de schadeloosstelling terug te betalen tot een bedrag van € 26.029,30, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het nog niet betaalde deel van dit bedrag vanaf heden tot de dag van volledige betaling,
3.3.
bepaalt de schade die[interveniënten]als gevolg van de onteigening lijden op € 66.755,00,
3.4.
veroordeelt de gemeente om aan[interveniënten]als aanvulling op het voorschot te betalen € 41.456,90, te vermeerderen met een rente van 3% over een gedeelte van voormeld bedrag naar rato van de met de bruikleenovereenkomsten corresponderende oppervlakte over de periode vanaf de einddatum van de respectieve bruikleenovereenkomsten tussen de gemeente en[interveniënten]tot heden en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het aldus totaal aan schadeloosstelling nog te betalen bedrag vanaf heden tot de dag van algehele voldoening,
3.5.
veroordeelt de gemeente de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen voor hun in deze zaak verrichte werkzaamheden te voldoen, tot aan deze uitspraak begroot op € 37.859,11,
3.6.
veroordeelt de gemeente in de kosten van dit geding en begroot deze kosten tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] op € 1.414,00 aan verschotten en op € 13.000,00 aan kosten van deskundige bijstand en aan de zijde van[interveniënten]op € 9.751,42,
3.7.
wijst het Noordhollands Dagblad, editie Hoorn-Enkhuizen aan als het nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow Pro een uittreksel van dit vonnis binnen acht dagen nadat het gezag van gewijsde heeft gekregen door de griffier zal worden geplaatst,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid, mr. S. Sicking en mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2013.