Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte als feit 3 en feit 4 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk vervoeren van ongeveer 270 kilogram hasj op 20 december 2012 te Wezep. Verdachte en een medeverdachte werden aangehouden nadat de politie een Volkswagen Caddy met deze hoeveelheid hasj aantrof. Verdachte heeft samen met de medeverdachte de hasj in het voertuig geladen en wist van de inhoud.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten, waaronder voorbereidingshandelingen gericht op cocaïne en hasj-olie en het medeplegen van witwassen met betrekking tot twee zeiljachten, omdat het bewijs daarvoor niet wettig en overtuigend was. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wist dat het geld voor de schepen van criminele herkomst was en dat de boot [zijlschip] niet geschikt was voor drugstransport.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de aanzienlijke hoeveelheid drugs en het eerdere strafblad van verdachte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 270 dagen op, waarvan 97 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden voorwaarden gesteld aan het gedrag van verdachte, waaronder begeleiding door GGZ reclassering Tactus te Zwolle. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 270 dagen gevangenisstraf waarvan 97 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor medeplegen van het opzettelijk vervoeren van circa 270 kilogram hasj.