Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 67.879,21en dat aan veroordeelde en zijn medeveroordeelde[medeveroordeelde] (15/840152-10) de hoofdelijke verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 30.439,61.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 30.439,61 (zegge: dertigduizendvierhonderdnegenendertig euro en eenenzestig eurocent)ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.