Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
Rechtbank Noord-Holland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Noord-Holland om de moeder te schorsen in het gezag over haar twee minderjarige kinderen en de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam aan te wijzen als voorlopige voogd. Dit verzoek volgde op ernstige zorgen, waaronder een aangifte van seksueel misbruik tegen de moeder.
Tijdens de zitting op 19 november 2013 werden de moeder, de vader, de Raad en de Stichting gehoord, evenals de minderjarigen in raadkamer. De kinderen verblijven reeds bij de vader, waarbij het jongste kind sinds mei 2013 bij hem woont vanwege de beschuldigingen tegen de moeder. De moeder wenst geen contact meer en wil niet langer het gezag uitoefenen, wat leidt tot een gezagsvacuüm.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende feiten zijn die kunnen leiden tot ontzetting of ontheffing van het gezag van de moeder en dat onmiddellijke schorsing noodzakelijk is. De moeder werd daarom geschorst in het gezag en de Stichting werd belast met de voorlopige voogdij over beide kinderen. De maatregel geldt voor een periode van 12 weken, waarin nader onderzoek en advies over de gezagsvoorziening zal plaatsvinden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door middel van hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De moeder wordt geschorst in het gezag en de Stichting Bureau Jeugdzorg krijgt voorlopige voogdij over de minderjarigen voor 12 weken.