Uitspraak
Ontstaan en loop van het geding
Rechtbank Noord-Holland
Eiser diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van zijn woning met een aanbouw van 38 m². De gemeente legde een legesaanslag van € 1.240,98 op, gebaseerd op de totale oppervlakte van de uitbreiding. Eiser betwistte de hoogte van de aanslag en stelde dat het tarief voor geringe wijzigingen had moeten gelden, mede verwijzend naar identieke aanbouw bij buren en de verhouding tot de bouwkosten.
De rechtbank stelde vast dat de uitbreiding niet als een geringe wijziging kan worden aangemerkt, gezien de omvang van de aanbouw en het feit dat deze uit steen is opgetrokken. De beoordeling van geringe wijziging dient te worden gebaseerd op de bouwplannen zelf en niet op de werkzaamheden van de gemeente. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie waarin is bevestigd dat er geen rechtstreeks verband hoeft te zijn tussen de hoogte van de leges en de omvang van de dienst of kosten.
Verder oordeelde de rechtbank dat het vaste tarief per vierkante meter geoorloofd is en dat de hoogte van de leges, circa 6% van de bouwkosten, niet onredelijk of willekeurig is. Eiser betwistte ter zitting alleen nog de kosten voor de welstandstoets indien de wijziging niet gering werd geoordeeld. De overige leges werden niet bestreden.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.