ECLI:NL:RBNHO:2013:3268
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zonder opzegtermijn
De werknemer trad op 17 oktober 2011 in dienst bij Mammoet Tuinmeubel met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die tot 17 oktober 2012 was verlengd. Op 29 mei 2012 gaf de werknemer schriftelijk aan per 31 mei 2012 ontslag te nemen. Vervolgens stelde zij op 1 juni 2012 dat zij per 1 juli 2012 wilde vertrekken met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, maar Mammoet Tuinmeubel bevestigde dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 31 mei 2012 was beëindigd.
De werknemer vorderde betaling van salaris en vakantiebijslag over de periode van 1 juni tot 1 juli 2012, stellende dat de arbeidsovereenkomst pas op 1 juli 2012 was geëindigd vanwege de wettelijke opzegtermijn. Mammoet Tuinmeubel betwistte dit en stelde dat de overeenkomst per 31 mei 2012 was beëindigd met wederzijds goedvinden en dat de werknemer na die datum niet is komen werken.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst door de eenzijdige opzegging van de werknemer per 31 mei 2012 was geëindigd, waarbij Mammoet Tuinmeubel instemde. Er is geen wettelijke verplichting voor de werkgever om de werknemer aan een opzegtermijn te houden. De latere brief van de werknemer die een opzegtermijn van een maand claimde, kon niet als wijziging worden beschouwd zonder instemming van de werkgever.
De vordering van de werknemer werd afgewezen en de proceskosten werden aan haar toegerekend. Het vonnis werd op 8 april 2013 uitgesproken door kantonrechter J.H. Gisolf.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden per 31 mei 2012 beëindigd zonder dat een opzegtermijn in acht hoefde te worden genomen; de vordering tot salarisbetaling over juni 2012 wordt afgewezen.