Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 juni 2013 in de zaak tussen
[naam], te[woonplaats], eiseres
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerster.
Procesverloop
Overwegingen
2 november 2010.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft een uitkering aangevraagd uit het schadefonds geweldsmisdrijven naar aanleiding van een gewapende overval in haar woning. Verweerster heeft de aanvraag afgewezen omdat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan eiseres is toe te rekenen, namelijk het feit dat zich in haar woning een hennepkwekerij bevond.
De rechtbank overweegt dat de uitoefening van de discretionaire bevoegdheid door verweerster terughoudend moet worden getoetst, maar dat het beleid van verweerster om uitkeringen te weigeren indien het slachtoffer zich onnodig in een situatie heeft gebracht waarin geweld kon worden verwacht, niet kennelijk onredelijk is.
Namens eiseres is erkend dat er een hennepkwekerij in de woning was en dat zij daarvan op de hoogte was. De rechtbank acht het aannemelijk dat het geweldsmisdrijf verband hield met de aanwezigheid van de hennepkwekerij, mede gelet op de aard van de overval en het feit dat de hennepplanten als buit zijn meegenomen.
De stelling dat de overval verband hield met eerdere bedreigingen aan de partner van eiseres is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat verweerster terecht de uitkering heeft geweigerd op grond van artikel 5 van Pro de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de uitkering wegens eigen aandeel van eiseres.