De rechtbank Noord-Holland heeft op 20 juni 2013 een tussenuitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over studiefinanciering en de nationaliteitseis. Verweerder had het recht op studiefinanciering van eiseres over de periode september tot en met december 2010 herzien op basis van vermoedens van valselijke handel in loonstroken. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij daadwerkelijk arbeid had verricht.
Verweerder baseerde zich op een rapport van de inspectie SZW en verklaringen over het gebruik van valse loonstroken, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd. De naam van eiseres kwam niet voor op de lijsten van betalingen die in de administratie van de werkgever waren aangetroffen. Ook de verklaringen van de boekhouder werden onvoldoende geacht.
De rechtbank concludeerde dat het onderzoek onzorgvuldig was en het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom gaf de rechtbank verweerder de gelegenheid binnen zes weken het gebrek te herstellen door bijvoorbeeld aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en nam geen beslissing over proceskosten of griffierecht. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk, maar dit kan samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.