ECLI:NL:RBNHO:2013:5913
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- M. Mateman
- C. Baas
- A. Wolfs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke urgentiezaak woning
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde, waarin zij beroep deden tegen de weigering van een urgentieverklaring voor woningtoewijzing vanwege medische problematiek van hun kind.
De rechter had tijdens de zitting de gemeente vragen gesteld die met ja of nee beantwoord moesten worden, en had een actieve rol in het afbakenen van het geschil. Verzoekers voerden aan dat deze werkwijze de schijn van partijdigheid wekte en dat de rechter het standpunt van de wederpartij had aangevuld en gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek onvoldoende gegronde aanwijzingen bevatte voor subjectieve of objectieve partijdigheid. Nieuwe wrakingsgronden die tijdens de wrakingszitting werden aangevoerd, konden niet worden meegenomen. De rechtbank benadrukte dat het leiden van de zitting en het stellen van vragen tot de taak van de rechter behoort en dat de handelwijze van de rechter niet getuigde van vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.