ECLI:NL:RBNHO:2013:5950

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 juni 2013
Publicatiedatum
11 juli 2013
Zaaknummer
C/15/197783 / HA ZA 12-519
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:14 BWArt. 7 WNRArt. 15 lid 1 WNRArt. 28 WNRArt. 30a Auteurswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod betreden panden KAV en afwijzing licentievorderingen Sena en Buma

KAV Autoverhuur B.V. vordert onder meer dat Sena c.s. wordt verboden haar vestigingen te betreden en dat correspondentie alleen via het hoofdkantoor verloopt. Sena c.s. vordert op hun beurt dat KAV stopt met het openbaar maken van muziek zonder licentie en eisen schadevergoeding.

De rechtbank oordeelt dat de recepties van KAV geen openbare ruimtes zijn en dat KAV als eigenaar het recht heeft Sena de toegang te ontzeggen. Sena en haar medewerkers zijn geen opsporingsambtenaren en hebben geen wettelijke grondslag om tegen de wil van KAV de panden te betreden. Het verbod wordt toegewezen met een dwangsom, met uitzondering voor opsporingsambtenaren en deurwaarders.

Ten aanzien van het muziekgebruik is vastgesteld dat KAV geen apparatuur verstrekt en medewerkers zijn geïnstrueerd radio’s uit te zetten. Eventueel muziekgebruik door medewerkers is voor eigen plezier en niet door KAV georganiseerd. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van Sena en Buma af wegens gebrek aan grondslag.

De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen, behalve dat Sena en Buma worden veroordeeld in de kosten aan de zijde van KAV. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Sena wordt verboden KAV-vestigingen te betreden zonder toestemming en de licentievorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie
zaaknummer / rolnummer: C/15/197783 / HA ZA 12-519
Vonnis van 19 juni 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KAV AUTOVERHUUR B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. H.W. Vis,
tegen
1. de stichting
STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN,
gevestigd te Hilversum,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
2. de vereniging
DE VERENIGING BUMA,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
3. de stichting
DE STICHTING SERVICE CENTRUM AUTEURS- EN NABURIGE RECHTEN,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. S.R.M.T. Janssen.
Partijen zullen hierna KAV en Sena, Buma en SCAN worden genoemd. Sena, Buma en SCAN zullen tezamen Sena c.s. worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van 25 oktober 2012 en de daarin genoemde stukken
  • de conclusie van repliek in conventie, tevens akte wijziging van eis
  • de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie
  • de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
KAV verhuurt met name bestelwagens en vrachtwagens voor de professionele markt. De vestigingen van KAV kennen voor het overgrote deel een eenmansbezetting.
2.2.
Sena is krachtens artikel 15 lid 1 van Pro de Wet op de naburige rechten (WNR) aangewezen als rechtspersoon die exclusief is belast met de inning en de verdeling van de in artikel 7 WNR Pro bedoelde vergoedingen.
2.3.
Buma heeft als enige organisatie in Nederland de toestemming als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet verkregen tot het als bedrijf zonder winstoogmerk bemiddelen inzake muziekauteursrecht.
2.4.
SCAN verzorgt ten behoeve van Sena en Buma de verzending van de gecombineerde facturen aan muziekgebruikers voor het openbaarmaken van muziek.
2.5.
Vanaf 9 december 2010 heeft Sena alle 28 vestigingen van KAV laten bezoeken door haar buitendienstmedewerkers teneinde de omvang van het muziekgebruik door KAV te laten vaststellen. Uit deze buitendienstcontroles is gebleken dat in de recepties van zes vestigingen zonder betaling van licentievergoedingen met een radio muziek werd afgespeeld. Sena en Buma hebben KAV naar aanleiding van het geconstateerde muziekgebruik een licentieovereenkomst met acceptgirokaart gestuurd. Door betaling van het licentiebedrag zou de licentieovereenkomst tot stand zijn gekomen. KAV heeft de licentiebedragen niet betaald.
2.6.
Bij brief van 20 december 2010 (verzonden 21 december 2010) heeft KAV Sena verboden de vestigingen van KAV te betreden.
2.7.
In een e-mailbericht van 18 september 2009 van KAV aan haar vestigingen staat het volgende:
“Heren,
Veelvuldig hebben we het gehad over SENA.
De mannen checken of er radio’s die publiekelijk te beluisteren zijn aan staan.
Gaarne eventueel aanwezige radio’s uitzetten.
Vandaag hebben reeds 3 filialen bezoek gehad van een controleur van de SENA.
KAV stelt zich op het standpunt dat we geen afdracht aan de SENA hoeven te doen.
Dus voor zover nodig radio’s uit s.v.p.
3. Het geschil in conventie
3.1.
KAV vordert na wijziging van eis samengevat Sena c.s. te verbieden KAV en haar personeel te (doen) benaderen via enig ander (post)adres dan via het hoofdkantoor, op straffe van een dwangsom en Sena vanaf dag 1 na betekening van het vonnis, voor de duur van tien jaren, te verbieden percelen en panden bij KAV in gebruik, te (doen) betreden, eveneens op straffe van een dwangsom; alsmede schadevergoeding te vermeerderen met wettelijke rent
4.1.
KAV heeft in de eerste plaats gevorderd Sena c.s. te verbieden KAV en haar personeel te (doen) benaderen via enig ander (post)adres dan via het hoofdkantoor. Deze vordering zal bij gebrek aan een deugdelijke grondslag worden afgewezen. Hoewel niet valt in te zien waarom Sena c.s. kennelijk niet wensen te voldoen aan het verzoek van KAV om alle correspondentie naar de postbus van haar hoofdvestiging te sturen, betekent dit niet dat Sena c.s. door dit verzoek te negeren onrechtmatig handelen. Sena c.s. hebben terecht aangevoerd dat KAV ingevolge artikel 1:14 BW Pro ten aanzien van aangelegenheden die de vestigingen van KAV betreffen, mede woonplaats houdt op het adres van die vestigingen, waarvoor zij mogen afgaan op de gegevens in het register van de Kamer van Koophandel.
4.2.
Het door KAV gevorderde verbod voor Sena om percelen en panden bij KAV in gebruik te betreden zal worden toegewezen. Daarvoor is het volgende redengevend. Anders dan Sena c.s. hebben aangevoerd zijn de recepties in de vestigingen van KAV geen openbare ruimtes die voor iedereen toegankelijk zijn. KAV stelt haar vestigingen (deels) open voor (potentiële) klanten. Dit betekent dat het in beginsel een ieder (impliciet) is toegestaan de vestigingen van KAV in de daarvoor bestemde ruimte(s) en binnen de daarvoor geldende openingstijden te betreden. Het betekent evenwel niet dat KAV zonder meer gehouden is om een ieder toegang te verschaffen tot haar vestigingen. Bij brief van 20 december 2010 (verzonden 21 december 2010) heeft KAV Sena expliciet verboden de vestigingen van KAV te betreden. Als eigenaar casu quo gebruiker van de desbetreffende percelen en panden was zij daartoe bevoegd. Niet in geschil is immers dat Sena en/of haar medewerkers geen opsporingsambtenaar zijn als bedoeld in artikel 28 van Pro de WNR. Dit betekent dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor Sena en/of haar medewerkers voor het tegen de wil van de eigenaar of gebruiker betreden van percelen en panden van KAV.
Het feit dat Sena een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 15 lid 1 van Pro de WNR leidt niet tot een ander oordeel en evenmin het gegeven dat het anders voor haar niet mogelijk zou zijn de rechten van de rechthebbenden te handhaven.
Om executiegeschillen te vermijden zal in het dictum worden bepaald dat het verbod niet geldt als Sena de panden en percelen van KAV doet betreden door daartoe aangewezen opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 28 WNR Pro. Hetzelfde geldt uiteraard voor deurwaarders bij de rechtmatige uitoefening van de aan hen wettelijk opgedragen taken. Aangezien Sena c.s. ook na het schriftelijk verbod vestigingen van KAV hebben (doen) betreden, zal de dwangsom worden toegewezen als gevorderd, zij het met matiging en maximering als in het dictum te vermelden en met verkorting van de termijn.
4.3.
KAV heeft voorts veroordeling van Sena c.s. gevorderd tot schadevergoeding in verband met onrechtmatig handelen van Sena c.s. In het voorgaande is overwogen dat het versturen van facturen en overige correspondentie naar de vestigingsadressen van KAV niet onrechtmatig is. De vordering jegens Buma en SCAN zal al om die reden worden afgewezen. Het onrechtmatig handelen van Sena heeft er volgens KAV voorts in bestaan dat zij in weerwil van het door KAV gegeven verbod vestigingen van KAV heeft betreden. KAV heeft evenwel onvoldoende onderbouwd dat zij hierdoor schade heeft geleden. De gevorderde schadevergoeding jegens Sena zal daarom eveneens worden afgewezen. Hieruit volgt dat ook de vordering tot veroordeling van Sena c.s. tot betaling van wettelijke rente zal worden afgewezen.
4.4.
Aangezien partijen deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten waaronder begrepen de kosten van het incident tussen hen zo worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Het geschil en de beoordeling in reconventie
4.5.
Sena en Buma hebben in de eerste plaats gevorderd KAV te verbieden om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimte in het kader van haar beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld in artikel 7 lid 1 WNR Pro, dan wel enig muziekwerk behorende tot het door Buma beheerde repertoire ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken, voor zover KAV daartoe geen licentie van Sena respectievelijk Buma heeft verkregen. Voorts hebben Sena en Buma schadevergoeding gevorderd in verband met de door KAV gepleegde inbreuken op naburige- en auteursrechten.
4.6.
Ter onderbouwing van hun vorderingen hebben Sena en Buma gesteld dat tijdens bezoeken van alle 28 vestigingen van KAV door buitendienstmedewerkers van Sena is gebleken dat in ieder geval in de recepties van zes vestigingen van KAV muziekgebruik door middel van een radio is geconstateerd, welke muziek niet alleen door de werknemers werd gehoord, maar ook door de klanten. KAV heeft de bevindingen van de buitendienstmedewerkers van Sena weersproken, maar aangevoerd dat ook als deze bevindingen juist zijn de medewerkers van KAV louter voor hun eigen plezier en tegen de duidelijke instructie van KAV in, via een persoonlijke radio naar muziek hebben geluisterd. KAV heeft aangevoerd dat zij zelf dus geen muziek ten gehore brengt en dat in dit geval geen sprake is van het openbaar maken van muziek in de zin van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten. Het verweer van KAV treft doel. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.7.
Als niet weersproken staat vast dat KAV aan haar medewerkers geen apparatuur beschikbaar heeft gesteld voor het luisteren naar muziek. Het moet er daarom voor worden gehouden dat in de gevallen waarin door de buitendienstmedewerkers van Sena muziekgebruik door een radio is geconstateerd, de desbetreffende radio door de medewerker naar de vestiging van KAV is meegebracht. Voorts staat vast dat KAV haar medewerkers bij e-mailbericht van 18 september 2009 heeft opgeroepen eventueel aanwezige radio’s uit te zetten. Onder die omstandigheden kan niet met recht worden gezegd dat KAV in haar vestigingen muziek ten gehore brengt of laat brengen. Het enkele feit dat in vijf van de 28 KAV-vestigingen uit het inventarisatieformulier voor de vestiging in Heerlen (productie G.9) blijkt dat deze vestiging in gebruik is bij een ander bedrijf kennelijk onvoldoende gehoor is gegeven aan de instructie van KAV is daarvoor onvoldoende. Evenmin kan KAV onder genoemde omstandigheden verantwoordelijk worden gehouden voor geconstateerd muziekgebruik in die vestigingen. Dit geldt te meer nu (veelal) sprake is van eenmansvestigingen en van KAV niet kan worden gevergd dat zij haar medewerkers in die vestigingen (stelselmatig) controleert op de naleving van de door haar uitgevaardigde instructie om de radio’s uit te zetten. Het betoog van Sena en Buma dat KAV effectieve maatregelen dient te nemen, zoals het verwijderen of verbieden van de radio’s, treft geen doel. Het enkele feit dat KAV de radio’s niet heeft verwijderd of verboden betekent immers nog niet dat zij in haar vestigingen muziek ten gehore brengt of laat brengen. Dat zou anders kunnen zijn als KAV, terwijl zij weet dat bepaalde medewerkers de gegeven instructie niet opvolgen, geen verdere actie onderneemt, maar dat is gesteld noch gebleken.
De jurisprudentie waar Sena en Buma in dit verband naar hebben verwezen heeft betrekking op wezenlijk andere feitelijke situaties.
4.8.
Uit het voorgaande volgt al dat de vorderingen van Sena en Buma bij gebrek aan een deugdelijke grondslag zullen worden afgewezen. De vraag of in de onderhavige situatie sprake is van openbaarmaking in de zin van de Auteurswet of van de Wet op de naburige rechten behoeft daarom geen beantwoording.
4.9.
Sena en Buma zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van KAV begroot € 1.356,00 (3 punten x tarief ad € 452,00) aan salariskosten advocaat.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
verbiedt Sena vanaf twee dagen na betekening van het vonnis, voor de duur van vijf (5) jaren, percelen en panden bij KAV in gebruik, te (doen) betreden, behoudens door een deurwaarder of daartoe aangewezen opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 28 WNR Pro, op straffe van een dwangsom ad EUR 500,00 per overtreding met een maximum van EUR 5.000,00;
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de kosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen af;
5.6.
veroordeelt Sena en Buma in de kosten van het geding, aan de zijde van KAV tot op heden begroot op € 1.356,00.
Dit vonnis is gewezen door mrs. W.S.J. Thijs, Th.S. Röell en J.I. de Vreese-Rood en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.