ECLI:NL:RBNHO:2013:6083

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 juli 2013
Publicatiedatum
16 juli 2013
Zaaknummer
HAA 13/2385
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:72 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op bezwaar en niet naleven rechtbankuitspraak

Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. De rechtbank verklaarde eerder het beroep gegrond wegens het niet tijdig nemen van een besluit en bepaalde een dwangsom voor elke dag overschrijding. Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen.

Eiseres stelde verweerder opnieuw in gebreke en diende een nieuw beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen en het niet naleven van de eerdere uitspraak. Verweerder gaf aan niet te weten wanneer een besluit zou volgen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder nog steeds niet heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.

Uitkomst: De rechtbank draagt het college op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 13 / 2385

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2013in de zaak tussen

[eiseres],

wonende te[woonplaats], eiseres,
gemachtigde: mr. W.G. Fischer advocaat te Haarlem,
en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 23 augustus 2011bezwaar gemaakt tegen het besluit van
verweerder van 12 augustus 2011.
Bij uitspraak van 23 juli 2012 (kenmerk AWB 12/2953) heeft deze rechtbank het beroep van eiseres wegens niet tijdig beslissen gegrond verklaard en het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, vernietigd. De rechtbank heeft verweerder opgedragen binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen, waarbij is bepaald dat verweerder aan eiseres een dwangsom van
€ 100,-- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Bij brief van 12 maart 2013 heeft eiseres verweerder opnieuw in gebreke gesteld in verband met het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 23 augustus 2011.
Bij brief van 13 mei 2013 heeft eiseres bij de rechtbank beroep ingesteld (tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar) en verzocht te beslissen dat verweerder een besluit moet nemen.
Verweerder heeft bij schrijven van 4 juni 2013 aan de rechtbank laten weten vanwege niet te verklaren reden tot op heden nog geen besluit op bezwaar te hebben genomen en dat niet kan worden aangegeven wanneer er wel een besluit zal volgen.

Overwegingen

1.
Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2.
In de Awb is geen aparte voorziening opgenomen voor het niet gevolg geven aan een uitspraak. De rechtsbescherming tegen het niet of niet op juiste wijze gevolg geven aan een uitspraak die strekt tot vernietiging van een besluit is gelijk aan rechtsbescherming tegen besluiten in het algemeen. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit staat rechtstreeks beroep open bij de bestuursrechter.
3.
Bij brief van 13 mei 2013 is namens eiseres beroep bij de rechtbank ingesteld wegens, zo begrijpt de rechtbank het beroepschrift, niet tijdig beslissen op bezwaar en het niet voldoen aan de rechtelijke uitspraak van 23 juli 2012. Daarbij is tevens verzocht dwangsommen vast te stellen.
4.
Nu vast staat dat verweerder nog altijd niet heeft beslist op het bezwaar van eiseres, en derhalve geen gevolg is gegeven aan de uitspraak van deze rechtbank van 23 juli 2012 is het beroep kennelijk gegrond.
5.
De rechtbank draagt verweerder gelet op het vorenstaande op om gevolg te geven aan de uitspraak van 23 juli 2012 en binnen een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar van eiseres van 23 augustus 2011 te nemen.
6.
De rechtbank bepaalt voorts met toepassing van artikel 8:72, zevende lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom van € 250,00 verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,00.
7.
Voorts is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 118,00 (1 punt, wegingsfactor 0,25).
8.
Uit de gegrondverklaring volgt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 44,00 dient te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 250,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,00;
  • veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 118,00 te betalen aan eiseres;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 44,00 vergoedt.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2013
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.