Uitspraak
[adres],
Rechtbank Noord-Holland
Op 8 april 2013 werd verdachte bij aankomst op Schiphol aangehouden nadat in zijn bagage, bestaande uit een rolkoffer en een reistas, in totaal 2.922,6 gram cocaïne werd aangetroffen. De rechtbank stelde vast dat verdachte eigenaar was van beide bagagestukken en dat hij opzettelijk de cocaïne had ingevoerd.
Verdachte ontkende kennis van de drugs, maar de rechtbank verwierp dit verweer gelet op de omstandigheden, waaronder het feit dat het onwaarschijnlijk is dat een organisatie een onwetende koerier zou inzetten voor zo'n grote hoeveelheid cocaïne. De verklaringen van verdachte werden als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de cocaïne binnen het Nederlandse grondgebied heeft gebracht, wat strafbaar is volgens de Opiumwet. Gelet op de ernst van het feit en de hoeveelheid cocaïne, werd een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor opzettelijke invoer van 2.922,6 gram cocaïne.