Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
3.InleidingVerdachte heeft op 10 januari 2013een mes uit zijn woning gepakt en is naar de hem bekende[slachtoffer ] toegegaan. Verdachte vond dat [slachtoffer ] een aandeel had in onder meer het gegeven dat verdachte geen contact meer had met zijn kinderen en ook zijn woning tijdens detentie was kwijtgeraakt. Hij wilde [slachtoffer ] hiermee confronteren.
4.Bewijs
Uiteindelijk is het anders gegaan, aangezien verdachte, nog voordat [slachtoffer ] antwoord kon geven, twee keer heeft gestoken. De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte uitgesproken gevarieerde verwachtingen ten aanzien van de uiteindelijke afloop van de confrontatie niet gebruikt kunnen worden voor het bewijs van de voornemens van verdachte ten aanzien van een geheel ander feitelijk verloop, te weten een directe fysieke confrontatie. Integendeel levert het voorgaande een contra-indicatie op voor de slotsom dat het om een reeds thuis ‘voorgenomen handeling’ zou gaan.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 juni 2013 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant R. Schurer d.d. 10 januari 2013 (dossierpagina’s E1-E3);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant M.A. Scholes d.d. 10 januari 2013 (dossierpagina’s E6-E7);
- een schriftelijk bescheid, te weten een rapport “pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood” van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt d.d. 18 januari 2013 door arts en patholoog dr. V. Soerdjbalie-Maikoe en arts en patholoog M. Buiskool (dossierpagina’s F011).
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sancties
– in laatste feitelijke instantie – voor geweldsdelicten.
8.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
De heer[benadeelde 2] zal gedeeltelijk – te weten ten aanzien van de immateriële schade – niet-ontvankelijk worden verklaard in diens vordering.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
6 jaren.
[benadeelde 2],geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 1.780,54 (duizend zevenhonderdtachtig euro en vierenvijftig cent), en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 1],niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.780,54 (duizend zevenhonderdtachtig euro en vierenvijftig cent),vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
27 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
5 juli 2013.