Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
De impliciet primair ten laste gelegde voorbedachte raad acht de officier van justitie niet bewezen.
hem niet wilde vermoorden, maar alleen maar laten schrikken’.
De rechtbank kan aan de hand van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen en de overige processtukken niet vaststellen dat verdachte opzet had om het slachtoffer van het leven te beroven, laat staan dat hij hierbij met voorbedachte raad heeft gehandeld. Het hierboven geciteerde SMS-bericht kan weliswaar op die wijze worden uitgelegd, maar het bericht is evenmin strijdig met het door de verdachte geschetste scenario, inhoudende dat hij de aangever schrik wilde aanjagen.
Naar het oordeel van de rechtbank levert een messteek onder het linker sleutelbeen zonder nadere gegevens, welke ontbreken, niet zonder meer een aanmerkelijke kans op dat het slachtoffer zal overlijden. Van voorwaardelijk opzet hierop is dan ook evenmin sprake. De verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van het primair ten laste gelegde.
Gelet op de diepte van de steekwond op een kwetsbare plek van het lichaam, de borstkas, in verband met de nabijheid van de daar aanwezige zenuwen, grote bloedvaten en longen is naar het oordeel van de rechtbank wel sprake van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel, welke kans door de verdachte gelet op diens feitelijk handelen bewust moet zijn aanvaard.
4.Bewezenverklaring
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstrafvoor de tijd van
15 (vijftien) maanden.
5 (vijf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.