Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
[eiser]
De procedure
- de dagvaarding van 31 januari 2013, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 25 april 2013 uitgesproken tussenvonnis,
- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 3 juli 2013 gehouden comparitie van partijen.
De feiten
De vordering
Het verweer
De beoordeling
- [eiser] stond met een aantal collega’s in de hal van het pand van BCC binnen te wachten om te worden toegelaten tot de loods waarin de bedrijfsauto’s zijn gestald,
- op hetzelfde moment bevond [naam] zich met andere collega’s buiten het genoemde pand aan de voorkant om daar te roken,
- [naam] hield één van zijn benen voor de sensor in de deurpost om te voorkomen dat de schuifdeur dicht zou gaan en hij en zijn collega’s het pand niet meer zouden kunnen betreden,
- [eiser] heeft aan [naam] gevraagd om zijn been voor de sensor weg te halen zodat de schuifdeur dicht kon en hij geen last van de rook in de hal zou hebben,
- er bevindt zich ten behoeve van rokende werknemers buiten op het terrein van BCC een aparte voorziening waar gerookt kan worden; van deze voorziening heeft [eiser] een foto in het geding gebracht.