Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om hem per 1 april 2013 geen hulp bij het huishouden toe te kennen wegens onvoldoende vaststelling van behandeling en resultaten. Het bezwaar is ongegrond verklaard, waarna verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
Tijdens de zitting op 18 juli 2013 gaf verweerder aan dat een medisch adviseur een nader onderzoek zal instellen naar verzoekers gezondheidssituatie vanaf januari 2013, waarbij ook medische informatie bij huisarts en behandelaars zal worden opgevraagd. De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder onvoldoende gebruik had gemaakt van een eerder afgegeven medische machtiging.
Gezien het nader medisch onderzoek en de onvolledige informatie achtte de voorzieningenrechter het passend het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het bestreden besluit wordt geschorst van 18 juni tot 1 september 2013, met een voorschot op huishoudelijke hulp van €66,19 per week. Verweerder wordt tevens gelast het griffierecht van €44 aan verzoeker te vergoeden.