Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beslissing
Gronden van de beslissing
mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van
P.M. van der Pol, griffier.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker had een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) ingediend, die door verweerder werd afgewezen vanwege onvolledige opgave van gewerkte uren. Verzoeker stelde dat hij soms werkzaamheden verrichtte waarvoor hij geen vergoeding ontving, maar dit werd niet als voldoende geaccepteerd omdat het ook om op geld waardeerbare arbeid ging.
Na het primaire besluit diende verzoeker bezwaar in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting verklaarde verweerder dat een nieuwe Wwb-aanvraag van verzoeker zal worden gehonoreerd en dat een voorschot van €400 reeds was betaald. Hierdoor was het spoedeisend belang van de voorlopige voorziening komen te vervallen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit geen redelijke kans van slagen had en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.