ECLI:NL:RBNHO:2013:7648

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juli 2013
Publicatiedatum
28 augustus 2013
Zaaknummer
HAA 13/2719 en 13/2720
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:86 AwbWet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep wegens weigering medewerking huisbezoek in bijstandsuitkering

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer om zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op 7 maart 2013 een dringende reden bestond voor een huisbezoek bij eiser en dat eiser hiervan op de hoogte was gesteld met een formulier waarin de gevolgen van weigering duidelijk waren vermeld. Hoewel eiser niet expliciet de toegang tot zijn woning weigerde, maakte hij het huisbezoek feitelijk onmogelijk, wat neerkomt op weigering van medewerking.

De rechtbank hechtte geloof aan de rapportage van de handhavingsmedewerker en verwierp het verweer van eiser dat hij eerst toestemming van zijn broer wilde verifiëren. Volgens vaste jurisprudentie komt het ontbreken van toestemming van de broer voor rekening van eiser. Gezien deze omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het beroep staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens weigering medewerking huisbezoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
Zaaknummer: HAA 13/2719 en 13/2720
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in het beroep en op het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting van 9 juli 2013
in de zaken van:
[eiser]
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde mr. B.B.A. Willering
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
verweerder.
Bij besluit van 22 maart 2013 heeft verweerder eisers aanvraag om toekenning van een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen, omdat verweerder eisers recht op bijstand niet kon vaststellen.
Bij besluit van 3 mei 2013 heeft verweerder eisers bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. HAA 13-2719. Voorts heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. HAA 13-2720.
Ter zitting is eiser, bijgestaan door mr. B.B.A. Willering, verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde, mr. S. Sewtahal.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter heeft:
  • het beroep ongegrond verklaard;
  • het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Gronden van de beslissing

1.
In artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak, als hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter ziet aanleiding in dit geval van deze bevoegdheid gebruik te maken.
2.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat er op 7 maart 2013 voor verweerder een dringende reden bestond om bij eiser een huisbezoek af te leggen. Bovendien heeft eiser op die datum een formulier ondertekend waarin duidelijk stond vermeld wat de eventuele gevolgen zouden zijn van het weigeren van medewerking aan het huisbezoek. Er was dus sprake van ‘informed consent’.
3.
Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat in casu sprake was van weigering van de medewerking aan het huisbezoek. Het moge weliswaar zo zijn dat eiser niet letterlijk heeft gezegd dat de medewerkers van verweerder eisers woning niet mochten binnengaan, het is wel zo dat het huisbezoek door toedoen van eiser niet heeft plaatsgevonden. Eiser heeft dit huisbezoek zelf min of meer onmogelijk gemaakt. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding te twijfelen aan hetgeen verweerders handhavingsmedewerker [naam 2] in de rapportage van 11 maart 2013 heeft gerelateerd. Hierin staat niet vermeld dat eiser, zoals hij ter zitting heeft verklaard, eerst zijn broer wilde bellen om te verifiëren wat deze in het telefoongesprek tegen [naam 2] had gezegd. De voorzieningenrechter volgt eiser hierin dan ook niet. Voor zover het ervoor moet worden gehouden dat eisers broer geen toestemming had gegeven voor het huisbezoek, komt deze omstandigheid ingevolge vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, voor rekening van eiser.
4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser het huisbezoek heeft geweigerd. Het beroep is dan ook ongegrond. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook af.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
6.
De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat, voor zover in deze uitspraak is beslist op het beroep, hiertegen hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep moet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden ingesteld. Voor zover in deze uitspraak is beslist op het verzoek om voorlopige voorziening, staat hiertegen geen rechtsmiddel open.
Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2013 te Haarlem door mr. M.P. de Valk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden: