Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
B,
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 20 juni 2013.
Rechtbank Noord-Holland
A is slachtoffer geworden van een verkeersongeval waarbij hij letsel opliep door een aanrijding van achteren door een verzekerde van Noordhollandsche. Na een periode van onderhandelingen en een kort geding inzake schadevergoeding, waarbij mr. Hovinga A vertegenwoordigde, zijn de onderhandelingen weer hervat door een andere belangenbehartiger, Jurilex.
A verzocht de rechtbank om een beslissing over de redelijkheid van het door mr. Hovinga gehanteerde uurtarief van €260, wat Noordhollandsche betwistte. De rechtbank overwoog dat de deelgeschilprocedure bedoeld is om geschillen te beslechten die de totstandkoming van een minnelijke regeling belemmeren.
Omdat de bemoeienissen van mr. Hovinga waren gestaakt en de onderhandelingen door Jurilex werden voortgezet, achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat het geschil over het advocatentarief de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst in de weg staat. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Ook werd het verzoek tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil afgewezen omdat het verzoek onnodig en onterecht was ingesteld. De rechtbank concludeerde dat geen veroordeling van Noordhollandsche in de kosten van het deelgeschil plaatsvindt.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het advocatentarief wordt afgewezen omdat het geschil de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst niet belemmert.