Eiser verzocht de gemeente Zaanstad om handhavend op te treden tegen het slaan van een meerpaal en het aanmeren van een drijvend dok zonder omgevingsvergunning. De gemeente wees dit verzoek af op grond van een prioriteringsbeleid (Handhavingsbeleidsplan 2012-2015) dat handhaving van overtredingen met lage prioriteit uitstelt vanwege capaciteitsproblemen.
De rechtbank oordeelt dat hoewel prioritering bij handhaving begrijpelijk is, het volledig afzien van handhaving binnen de looptijd van het beleidsplan onredelijk is. Burgers moeten uitzicht hebben op handhaving binnen de beleidsperiode, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het beroep van de gemeente op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat dit een consistent en doordacht beleid vereist en niet kan rechtvaardigen dat een verzoeker geen zicht krijgt op handhaving.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft aan dat er wel zicht is op legalisatie indien de derde-partij alsnog een omgevingsvergunning aanvraagt. De gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser en het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.