ECLI:NL:RBNHO:2013:8061
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Demmink
- A.C.M. Rutten
- C.A.M. van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van circa 1908 gram cocaïne via Schiphol
Op 9 mei 2013 werd verdachte op Schiphol gearresteerd met ongeveer 1908 gram cocaïne verborgen in twee dozen in zijn bagage. Verdachte verklaarde onwetend te zijn over de aanwezigheid van de drugs en gaf aan souvenirs te hebben gekocht in Suriname. De rechtbank achtte deze verklaring volstrekt ongeloofwaardig, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verhaal en het feit dat het onwaarschijnlijk is dat een organisatie drugs via een onwetende koerier zou vervoeren.
De rechtbank stelde vast dat verdachte willens en wetens de cocaïne binnen Nederland heeft gebracht en verklaarde het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, zonder dat er verzachtende omstandigheden waren die tot strafuitsluiting leidden.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 22 maanden, welke straf de rechtbank passend achtte gezien de hoeveelheid cocaïne, de ernst van het feit en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. De rechtbank legde dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 22 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf voor opzettelijke invoer van circa 1908 gram cocaïne via Schiphol.